Over de connectie tussen liefde en vriendschap als ‘communis voluptas’
It may be a common religion, common studies, a common profession, even a common recreation. All who share it will be our companions; but one or two or three who share something more will be our Friends. In this kind of love, as Emerson said, Do you love me? means Do you see the same truth? – Or at least, “Do you care about the same truth?”[1]
Stel je eens voor dat, als je morgen wakker wordt, al je vrienden zouden zijn verdwenen. Je hebt nog wel je collega’s, je buren, je familie, misschien je partner, maar je hebt geen vrienden meer om je leven mee te delen. Is zo’n leven nog aantrekkelijk te noemen? Die vraag zal in de klassieke oudheid door veel epicurische denkers met nee zijn beantwoord, net zoals door de meesten van ons nu. Epicurus noemt vriendschap zelfs het belangrijkste middel tot levensgeluk.[2] Epicuristen geloofden echter in persoonlijk geluk als het hoogste goed, wat vriendschap een moeilijk thema binnen hun ethiek maakte. In hun eigen tijd kwam er dan ook al veel kritiek op hun ideeën, bijvoorbeeld door Cicero, die de epicuristen beschuldigde van hypocrisie. Volgens hem ging vriendschap in tegen een orthodoxe epicurische leer, maar konden epicuristen gewoon niet zonder vrienden. Daarom zou Epicurus toch vriendschap aanmoedigen.[3]
(meer…)