Splijtstof Symposium

Splijtstof Symposium 2018:

 Splijtstof Kijkt Verder

 

[English follows Dutch]

SPLIJTSTOF KIJKT VERDER?

Heuglijk nieuws: op vrijdag 25 mei zal alweer de vierde editie van het jaarlijkse Splijtstofsymposium plaatsvinden! Dit jaar zal het symposium in het teken staan van de zin “Splijtstof kijkt verder?”. Verder dan wat? Een gezegde leert ons dat de mens verder moet kijken dan de eigen neus lang is om tot een degelijke opvatting te komen over de wereld. De filosofie kijkt van alle wetenschappelijke disciplines misschien nog wel het verst: vanzelfsprekendheden worden in twijfel getrokken, en er wordt geprobeerd onduidelijkheden te duiden. Maar hoe ver reikt de filosofische blik nu eigenlijk? Kijken we als filosoof wel ver genoeg voorbij onze neus? Is onze blik op dit moment wel op het juiste gericht? En hebben we misschien juist het kijken naar onze neus verwaarloosd?

Alle geïnteresseerden zijn van harte welkom om dit symposium bij te wonen op vrijdag 25 mei vanaf 12.30 in E15.41 (Erasmusgebouw).

Schrijft je in via deze website: https://cdn.jotfor.ms/form/80873389768478

Deelname is gratis!
Het programma is te vinden onder de Engelstalige intro.

SPLIJTSTOF LOOKS BEYOND?

Good news everyone: Friday the 25th of May FPTRS Faculty-magazine Splijtstof will organize the fourth edition of its annual symposium! The title of the symposium will be ‘Splijtstof kijkt verder?’ which translates to ‘Splijtstof looks beyond?’. Beyond what? A Dutch proverb tells us that it is necessary to ‘look beyond the length of one’s own nose’ to come to a meaningful understanding of the world. We are reminded of the fact that sometimes, although knowledge about a certain thing is in clear view right in front of us, we are too blind to see it because of our preoccupation with our own beliefs and frames of reference – just like someone who is too preoccupied with his own nose won’t be able to see what’s going on around them. The question mark, on the other hand, asks us if sometimes we are not looking too far: as an English saying teaches us, sometimes what we are searching for is actually hidden in plain sight.

Everyone is welcome to join the symposium on the 25th of May at E15.41 (Erasmus building).

Please register via this website: https://cdn.jotfor.ms/form/80873389768478

Attendance is free of charge.

PROGRAMMA / PROGRAMME

12:30 Inloop + gratis lunch/ Doors open + free lunch
13:00 Welkomstwoord / Welcoming words

13:10 Mathijs van de Sande: Philosophy & Political Activism [EN]

14:00 Pauze/ Short break
14:15 Studentlezing; Vincent van de Griend: Arendt, Nussbaum & Terugblikken [NL]
14:35 Studentlezing; Cato Andersen Röed: Plato en Laozi, Geluk en Wijsheid [NL]

15:00 Pauze/ Short break

15:15 Martine Berenpas: Do you need to translate the untranslatable? Derrida and Zhuangzi on the deconstruction of language [EN]
15:45 Gert-Jan van der Heiden: Philosophy of Translations [EN]
16:15 Dialogue between Martine Berenpas & Gert-Jan van der Heiden led by Cees Leijenhorst [EN]

17:00 Einde – borrel/ Ending – drinks

 


 

Call for Papers

(English follows Dutch)

Splijtstof-Kijkt-Verder-CFP-NL (PDF)

Heuglijk nieuws: op vrijdag 25 mei zal alweer de vierde editie van het jaarlijkse Splijtstofsymposium plaatsvinden! Dit jaar zal het symposium in het teken staan van de zin “Splijtstof kijkt verder?”. Verder dan wat? Een gezegde leert ons dat de mens verder moet kijken dan de eigen neus lang is om tot een degelijke opvatting te komen over de wereld. De filosofie kijkt van alle wetenschappelijke disciplines misschien nog wel het verst: vanzelfsprekendheden worden in twijfel getrokken, en er wordt geprobeerd onduidelijkheden te duiden. Maar hoe ver reikt de filosofische blik nu eigenlijk? Kijken we als filosoof wel ver genoeg voorbij onze neus? Is onze blik op dit moment wel op het juiste gericht? En hebben we misschien juist het kijken naar onze neus verwaarloosd?

Tijdens het symposium en het bijbehorende themanummer zullen de grenzen van de filosofie en de begrenzingen die wij zelf aanbrengen in ons denken worden verkend, verruimd en verlegd. Aandacht zal uitgaan naar denkers en projecten die kritisch kijken naar huidige denkkaders en op zoek gaan naar nieuwe perspectieven. Daaraan verbonden zal ook gekeken worden naar de vraag hoe de filosofie zich verder moet ontwikkelen. Wat is bijvoorbeeld precies de reikwijdte van de zeggingskracht van filosofie? Vormt taal een beperking voor de filosofie en zo ja: wat voor risico’s brengt een lingua franca zoals het Engels met zich mee voor de reikwijdte van onze blik? Hoe dragen verschillen in uitdrukkingsmogelijkheden van verschillende talen bij aan de uitdrukkingskracht van filosofie? Waar zou de filosofie zich niet mee bezig moeten houden? Waar kijkt de filosofie op dit moment juist niet (genoeg) naar? Moeten we bijvoorbeeld ons antropocentrisch denkkader verruimen en kijken naar objecten, dieren, planten en zelfs mineralen? Bestaat er ook een niet-westerse filosofische traditie waar we meer kennis van zouden moeten nemen, of is er buiten de westerse traditie om vooral sprake van vormen van religieuze metafysica, mystiek, sjamanisme en spiritualisme waaruit een filosofie kan worden afgeleid? Wat onderscheidt filosofie dan van deze denkwijzen?

Ben je student, en heb je recent een essay geschreven dat op een manier kritisch kijkt naar de grenzen van de filosofie? Of doe je op dit moment onderzoek dat op dit thema aansluit? Grijp dan nu je kans om als studentspreker je bevindingen te presenteren op het aankomend symposium! Stuur een abstract van maximaal 600 woorden naar bestuur@splijtstof.com. De deadline voor het indienen van abstracts is 20 maart. Je zal in de dagen erna zo snel mogelijk te horen krijgen of je geselecteerd bent. Interesse? Schroom vooral niet je abstract op te sturen, en houd vrijdagmiddag 25 mei alvast vrij in je agenda!

Splijtstof-Kijkt-Verder-CFP-EN (PDF)

Good news everyone: Friday the 25th of May FPTRS Faculty-magazine Splijtstof will organize the fourth edition of its annual symposium! The title of the symposium will be ‘Splijtstof kijkt verder?’ which translates to ‘Splijtstof looks beyond?’. Beyond what? A Dutch proverb tells us that it is necessary to ‘look beyond the length of one’s own nose’ to come to a meaningful understanding of the world. We are reminded of the fact that sometimes, although knowledge about a certain thing is in clear view right in front of us, we are too blind to see it because of our preoccupation with our own beliefs and frames of reference – just like someone who is too preoccupied with his own nose won’t be able to see what’s going on around them. The question mark, on the other hand, asks us if sometimes we are not looking too far: as an English saying teaches us, sometimes what we are searching for is actually hidden in plain sight.

During the symposium and in the corresponding edition of Splijtstof we will explore, expand and adjust the limits of philosophy and the limitations we put up within our own thought. We will examine thinkers and projects with a critical view on current frames of thought and are looking for new perspectives. Correspondingly we will also ask in which direction philosophy will have to develop in the future. What, for example, can and cannot be expressed in philosophy? Is philosophy constrained by language? In what way do differences between languages contribute to philosophy? What risks does a lingua franca pose for the expressiveness of philosophy? What should and should not be an object of research for philosophy? Should we, for instance, expand our anthropocentric frame of reference by also looking at objects, animals, plants and even minerals? Is philosophy a Western invention or is our current conception of philosophy too narrow? Are different modes and traditions of thought from other parts of the world undeservedly excluded from the philosophical canon?

Splijtstof calls upon all students who have written about or conducted research on the themes outlined above, or are interested in doing so in the near future, to send in abstracts of the work they would like to present (max. 600 words) to bestuur@splijtstof.com. The deadline for handing these in is March 20, after which you will hear form us as soon as possible. Interested? Please don’t hesitate to send us your abstract, and – perhaps needless to say – save the date!


Splijtstof Symposium 2017:

Poster Splijtstofsymposium 2017

Lezingen:

13.45 Eerste hoofdlezing (e15.19/41):
Martin Drenthen zal in zijn lezing betogen dat een universalistische, op algemene principes gestoelde milieuethiek onvoldoende recht doet aan de bestaande morele relaties tussen mensen en hun omgeving, en  laten zien hoe de zorg en bekommernis om specifieke landschappen vaak vervlochten is met welbepaalde noties over morele identiteit en over het goede leven. Ethics of place is de tak van de milieufilosofie die de bijzondere relatie die mensen kunnen hebben met een bepaald landschap waarmee ze zich verbonden voelen in ethische termen probeert te denken.  Anderen menen juist dat de kern van de milieufilosofie ligt in een radicale cultuurkritiek die zich juist distantieert van bestaande verhoudingen. Want leidt plaatsverbondenheid niet al gauw tot een louter nostalgische en conservatieve houding? Of bestaat er ook een kritischer vorm van plaatsethiek? Martin Drenthen zal deze vraag illustreren aan de hand van een analyse van conflicten rond nieuwe natuur.

14.45 Parallellezing 1 (E2.11):
Are humans the only rational beings on Earth? In his lecture, Marco Dessi will speak about the rationality of human beings in comparison with (other) animal and artificial intelligence. He will discuss the traditional approach to the question of human uniqueness, as well as Søraker‘s proposition of a formal alternative, which does not assume any ontological difference between human, animal, and artificial beings. Furthermore, an epistemological approach, one that focuses on the assumptions that underlie our explanations of human uniqueness, will be broached. What are the implications of these approaches for our understanding of ourselves and other beings?

14.45 Parallellezing 2 (E1.09):
Janneke Sindram zal een lezing geven over geo-engineering, het grootschalig ingrijpen in de natuurlijke systemen van de aarde – bijvoorbeeld om klimaatsverandering tegen te gaan. In haar lezing zal ze de onderliggende verborgen aannames van dit soort ingrepen bevragen. Speciale aandacht wordt gegeven aan het menselijk gebruik van de natuurlijke elementen, bijvoorbeeld de oceaan, om menselijke doelstellingen te realiseren. Wat betekent het voor de relatie tussen de mensheid en de aarde om een inbreuk te doen op de natuur? Verondersteld geo-engineering een menselijke overheersing van de natuur?

15.45 Tweede hoofdlezing (e15.19/41):
In her presentation, Andrea Gammon will argue that two of the most well-known examples of rewilding—theOostvaardersplassen in the Netherlands and Pleistocene Park in Siberia—combined with the proposal for Pleistocene rewilding in North America, compose a specific type of rewilding that she terms ‘experimental rewilding’. What differentiates these three cases from other examples of rewilding is their central focus on interrogating questions of historical ecology through the present-day ecosystems that the rewilding project establishes. While other examples of rewilding might perform an experiment in the sense that rewilding functions like a trial wherein a hypothesis is formulated and evaluated, Gammon claims that cases of experimental rewilding function differently. In this type, rewilding is the staging of an experiment that attempts to answer the specific questions of historical ecology named above. Rewilding is experimental in the sense that through rewilding, an experiment is performed, and the content of the hypothesis being tested in each case relates to past rather than present ecological conditions. Additionally, inquiry into questions of historical ecology seems, in each case, to be motivated by the recovery of a natural, or moral order. Each of the three examples will be discussed, as well as the hypotheses each sets out to test, and the implications of the moral order that experimental rewilding appears to be interested in in each case.

 

 

————————————————————————–

Call for Papers

[English follows Dutch]

Splijtstof in het wild:

‘Wijsbegeerte in de ban van wildernis en dierzaamheid’

Op woensdagmiddag 24 mei 2017 organiseert Wijsgerig Faculteitsblad Splijtstof alweer de 3e editie van het jaarlijkse Splijtstofsymposium. Naast de twee hoofdlezingen die verzorgd zullen worden, is er ook de ruimte voor studenten om hun filosofische werk in de vorm van een korte presentatie uiteen te zetten.

Filosofische vragen over de status van mens en dier, en vooral de verhouding tussen de twee, zijn er altijd al geweest. Tegenwoordig is er echter steeds meer wetenschappelijk onderzoek dat wijst op het bestaan van graduele verschillen in plaats van duidelijke breuklijnen tussen mens en dier. Tel daarbij op dat de relatie tussen mens en milieu misschien wel belangrijker is dan ooit, en je krijgt tal van vragen over mens, dier, natuur, milieu, en hoe die in verhouding tot elkaar staan. Doen we überhaupt wel recht aan dierlijke intelligentie wanneer we deze meten en classificeren langs een antropocentrische meetlat? In hoeverre kunnen we alle cognitief-zintuigelijke vaardigheden van dieren die mensen missen überhaupt plaatsen en begrijpen? Moeten we simpelweg onze plichten tegenover dieren bijstellen, of zouden bepaalde diersoorten bijvoorbeeld aanspraak mogen maken op politieke rechten die verder reiken dan dat ze in onze huidige samenleving doen? En op basis waarvan maken we dit onderscheid tussen levensvormen? Is soortelijke diversiteit intrinsiek waardevol voorbij de functie die een soort heeft binnen een groter ecologisch geheel?

Zelfs als je de positie inneemt dat de natuur slechts waardevol is wanneer zij in dienst staat van de mens, zullen we de relatie tot de natuur moeten herwaarderen: klimaatverandering dwingt ons om onze positie in, en ten opzichte van, onze natuurlijke omgeving aan een kritische blik te onderwerpen. Hoe ons milieu en de natuur aan ons verschijnen en worden geïnterpreteerd, gewaardeerd en behandeld, is voor een groot deel afhankelijk van de betekenis die we eraan toeschrijven. In de constitutie van deze betekenis speelt niet alleen ons mensbeeld een grote rol; ook onze verbeeldingskracht en ideeën over de aard en functie van de natuur zijn hierbij van belang. Bezien in dit licht kan de (milieu)filosofie ons wellicht niet alleen helpen om vat te krijgen op de aard en de oorsprong van de milieuproblematiek, maar ook de handvaten bieden die nodig zijn om oplossingen te formuleren. Welke rol spelen de verschillende betekenissen die we de natuur toeschrijven in deze kwesties? Zijn deze betekenissen louter het product van contingente sociaalhistorische processen of staan we als mensen op een fundamentelere manier in relatie tot de natuur? Hebben we een individuele plicht om klimaatverandering tegen te gaan of zou deze verantwoordelijkheid hoofdzakelijk bij overheden liggen?

Ben je student, en heb je recent een essay geschreven dat met een van deze thema’s te maken had? Of ben je er op dit moment onderzoek naar aan het doen? Grijp dan nu je kans om je bevindingen te presenteren op het symposium van Splijtstof. Om in aanmerking te komen moet je een abstract van maximaal 600 woorden opsturen naar bestuur@splijtstof.com. De deadline voor het indienen van abstracts is vrijdag 31 maart, waarna je zo snel mogelijk te horen zal krijgen of je geselecteerd bent.

Interesse? Stuur dan zo snel mogelijk je abstract op, en hou in ieder geval woensdagmiddag 24 mei vrij in je agenda!

 

 

Splijtstof goes wild

On the 24th of May, FTR Faculty magazine Splijtstof is organizing its annual symposium. This third edition will center on animal and environmental philosophy. The symposium will consist of four short lectures, two of which will be given by student-speakers.

Philosophical questions regarding the status of human beings and animals, and their relation to each other, have been around for ages. During the past decades, cognitive and behavioral research has increasingly shown that the contrast between particular animal and human characteristics, such as intelligence, consciousness, and emotions, is marked by gradual difference instead of categorical distinctness. These characteristics were formerly thought of as differences in kind instead of degree, and as such, were used to separate and even oppose humans and animals. The fact that the foundations for this opposition seem to be built on quicksand, might urge us to reconsider the relationships we have with animal life. In any case, it evokes questions of a philosophical nature. Can we do justice at all to animal cognition and intelligence, for example, when we measure these traits by human standards? Will we ever be able to comprehend cognitive and sensory capacities that are hugely different from our own, and doesn’t anthropocentric (scientific) discourse on this matter fall short? Is it a matter of changing our duties towards animal life, or should we take it one step further, and assign them certain (political) rights? Should we differentiate between animals in this regard? And if so, on what basis do we do so?

It is not only our relationship with other living organisms that is up for reevaluation. More importantly, perhaps, is the reassessment of our relationship with the natural world we share with them. Even if one would argue that the value of nature is constituted on an instrumental basis, here to serve mankind, it can hardly be denied that the way we treat our natural environment should be re-thought. The devastating consequences of climate change urge us to critically reconsider our position in, and towards, our natural environment. How this natural environment is perceived – and thus treated – by us, depends strongly on the meaning(s) we ascribe to it. The constitution of this meaning, in turn, depends on our imagination, but also on our ideas on the function and ‘nature’ of nature. Still, questions arise: are these meanings the products of contingent socio-historical processes, for example, or is our relation to nature based on more fundamental facts? Do we have a personal obligation to combat climate change, or does this responsibility mainly lie with (governmental) institutions? Seen in this light, philosophy might be able to help us shed light on the context and causes of environmental problems. More importantly, it might offer us the means to formulate solutions as well.

Splijtstof calls upon all students who have written about or researched the themes outlined above, or are interested in doing so in the near future, to send in abstracts of the work they would like to present (max 600 words) to bestuur@splijtstof.com. The deadline for handing these in is March 31, after which you will hear from us as soon as possible.

 

 

 

________________________________________________________________________________________________________________________

 

 

Splijtstofsymposium 2016:

Splijtstof organiseert elk jaar een symposium rondom het themanummer dat in het voorjaar verschijnt. Afgelopen studiejaar (2015/2016) vond het Splijtstof Symposium plaats op vrijdag 13 mei 2016 en was thema ‘vervreemding’, zoals u op de onderstaande poster van het evenement kunt zien.

 

VervreemdingPosterSymposium