Videogame versus Transhumanisme

Een kijkje in de techniekfilosofie
Auteur(s): Martijn Hendrikx | Categorie: Podium

Deus Ex: Human Revolution als gedachte-experiment

Het idee van transhumanisme, van de mens die zichzelf overstijgt, is een concept dat je tegenwoordig in entertainment bijna overal tegenkomt: in romans, op de televisie in films en series en zelfs in videogames. Deze middelen zijn een goed medium om een visie, positief of negatief, over te brengen. Wanneer iemand 1984 1van George Orwell leest, schrikt hij van de akelige dystopie die geschetst wordt, zeker wanneer hij bedenkt dat dit beeld geen onmogelijke situatie is. De lezer heeft angst voor dit mogelijke toekomstbeeld.  Je zou zelfs kunnen stellen dat de sciencefiction verhalen op deze manier vormen van gedachte-experimenten zijn en daardoor als argumenten voor of tegen een bepaalde opvatting gebruikt kunnen worden.

Dat is dan ook waar ik in dit artikel gebruik van wil maken. Ik wil een sciencefiction verhaal als gedachte-experiment gebruiken en zo argumenten formuleren tegen het transhumanisme. Omdat elders in deze bundel al aandacht is besteed aan boeken en films, wil ik hier het medium videogames gebruiken. Ik behandel hiervoor de videogame Deus Ex: Human Revolution 2. Ik kijk wat het spel ons te zeggen heeft over de mogelijke negatieve gevolgen van het opkomend transhumanisme en beschouw het zo als een bioconservatieve (anti-transhumanistische) theorie. Vervolgens zet ik de negatieve beelden die het spel ons geeft af tegen de transhumanisten Nick Bostrom, Peter-Paul Verbeek en Simon Young. Wat zouden zij zeggen over de problemen die geschetst worden in het spel? Zijn hun antwoorden voldoende om de problemen te ‘weerleggen’ en ons beeld van het transhumanisme weer positief te maken? Het is belangrijk om hier op te merken dat deze drie filosofen alle drie een andere visie van een ideale transhumanistische samenleving hebben. Hoewel ze zich dus allemaal onder het transhumanisme scharen, kunnen hun argumenten contradictoir ten opzichte van elkaar lijken. Dit is simpelweg zo omdat ze alle drie een andere transhumanistische wereld willen zien.  Ik zal hier later dieper op ingaan.

Om te onderzoeken welke antwoorden de transhumanisten mogelijk zouden geven en hoe deze antwoorden onze visie van het transhumanisme kunnen veranderen, ga ik als volgt te werk. Eerst geef ik een schets van de wereld in Deus Ex: Human Revolution om zo de opzet van deze game als gedachte-experiment duidelijk te maken. Vervolgens zet ik de geschetste problemen  uitvoeriger uiteen om ze zo tot  concrete argumenten te maken. Telkens als ik een probleem uiteengezet heb, zal ik de mogelijke reactie van Bostrom, Verbeek of Young op dit argument weergeven. Aan het eind zal ik, gebaseerd op  mijn deze argumenten en mogelijke reacties, een conclusie trekken over de wenselijkheid van het transhumanisme. Bij dit proces dient er rekening gehouden te worden met het gegeven dat ik Deus Ex: Human Revolution beschouw als een erg bioconservatieve visie en de besproken transhumanisten als erg pro-transhumanistisch. Aan het eind van dit essay zal ik betogen dat er ook een middenweg is, maar voor de duidelijkheid en structuur van dit essay zal ik dit enigszins zwart-wit beeld in de bespreking van de bronnen aanhouden.

De wereld van Deus Ex: Human Revolution 3

“The year is 2027. It’s a time of great innovation and technological advancement. It’s also a time of chaos and conspiracy. Corporations have more power than the government.  I don’t even know which side I’m on. I’ve never had a choice of what happened to me, I’ve never asked for this.” Dit zijn de eerste woorden die je hoort wanneer je Deus Ex: Human Revolution opstart. Het zijn de woorden van de hoofdrolspeler, het personage dat jij bestuurt, Adam (what’s in a name?) Jensen. Het schetst al meteen een duidelijk negatief beeld van de wereld waarin hij leeft. Tijdens een aanval op het lab waar Adam hoofd beveiliging is, raakt hij dodelijk gewond. Omdat zijn baas hem nodig heeft, laat hij Adam vele technische augmentations ondergaan. Deze augmentaties houden onder andere mechanische benen, armen en longen in. Het zijn in zekere zin vervangingen van natuurlijke organen, omdat de natuurlijke organen van Adam niet meer (goed) functioneerden dankzij zijn verwondingen. Adam was eerder tegen de enhancements toen zijn baas deze aanbood aan hem, maar nu oordeelt zijn baas dat het nodig is om Adams leven te redden. Wanneer Adam weer bijgekomen is na alle operaties heeft hij, en op deze manier ook de speler, nog maar één doel: er achter komen wie verantwoordelijk was voor de aanval op het lab en wat zij precies wilden bereiken.

De augmentaties die Adam moet ondergaan om te overleven, hebben een grote invloed op hem. Doordat hij bijna meer machine dan mens is, weet hij niet meer precies wie hij is en hoe hij om moet gaan met deze nieuwe ‘onderdelen’ van zijn lichaam. Hoe kan of moet hij ze gebruiken? Of is er eerder sprake van misbruiken wanneer hij ze gebruikt om een voordeel te behalen ten opzichte van zijn tegenstanders, de soldaten in de game waar hij tegen moet vechten. De enhancements maken het nodig voor Adam om zijn kijk op normen en waarden en op wat het betekent om een mens te zijn opnieuw te definiëren. Dit is het eerste probleem van het technologisch transhumanisme wat aan bod komt in de game, het probleem van de identiteit. Ik zal hier later meer op ingaan.

Het tweede probleem wat aangekaart wordt door de game is het probleem van militarisering. Adam is door zijn enhancements tot een soort supersoldaat geworden, een eenmansleger. Een ‘normale’ soldaat valt in het niet bij de potentie van Adam. Hij is echter niet de enige supersoldaat. Huurlingen die voor uitzonderlijk rijke werkgevers werken hebben ook enhancements gekregen en zelfs de standaard soldaat in de legers van rijke landen heeft enkele, al dan niet minder ‘goede’ enhancements. Dit verandert het strijdtoneel volledig.

Het probleem van identiteit, als mens en als persoon

Nu ik de wereld van Deus Ex: Human Revolution heb geschetst, kan ik beginnen met het spel af te zetten tegen het transhumanisme. Ik zal steeds een argument tegen het transhumanisme, gebaseerd op een geopperd probleem, verder uiteenzetten en vervolgens de mogelijke reactie van een transhumanist hierop geven. Ik vermeld hierbij steeds welke transhumanist(en) ik voor de betreffende reactie gebruik en waarop ik deze reactie heb gebaseerd. Dit laatste zal vooral zijn vanuit passages of hoofdstukken uit een werk van de gekozen filosoof of filosofen.

Laat ik beginnen met het argument dat we kunnen herkennen in het probleem van de identiteit. De hoofdrolspeler Adam Jensen wordt door zijn mechanische enhancements geconfronteerd met vragen over wie hij als persoon is en hoe deze enhancements zijn mensbeeld veranderen. Hij weet in zekere zin niet meer wie of wat hij precies is. Dit is een ideale uitgangspositie voor de game, omdat de makers van het spel zo in staat zijn de speler te laten bepalen hoe ze Adam Jensen zien en er achter te komen waar zij de grens tussen mens en machine stellen. Uiteraard is deze manier van het hoofdpersonage maken en presteren niet enkel zo gedaan omdat het een goede basis voor de game gaf. In Adam Jensens probleem herkennen we namelijk een veelvoorkomend argument dat de bioconservatieven aanvoeren. Zij zijn van mening dat we door het transhumanisme onze (menselijke) identiteit zullen verliezen. We zullen geen ‘echte’ mensen meer zijn, maar een andere soort die zichzelf niet ontwikkelt zoals de natuur (of God) dit heeft bedoeld. Ook zal iemands persoonlijkheid compleet veranderen door deze enhancements. Je beste vriend is ineens een totaal ander persoon, zijn gedachten veranderen volledig omdat hij de wereld nu heel anders ziet. Hij kan nieuwe, andere dingen die hij voorheen nog niet kon. Hoewel dit positief lijkt, moeten we onszelf de vraag stellen of deze nieuwe mogelijkheden het waard zijn om onze identiteit, als mens of als karakter, op te offeren.

De Nederlandse techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek heeft het in ‘De grens van de mens’ 4 over precies dit argument. Hij is, zoals veel hedendaagse techniekfilosofen en wijsgerige antropologen, van mening dat dit argument van identiteit geen houvast heeft, omdat het er van uit gaat dat we ooit een puur natuurlijke mens zijn geweest terwijl dit niet zo is. Want, stelt Verbeek, “de cyborg – de vermenging van het mechanische en het organische – belichaamt geen vervreemding van het mens-zijn, maar toont juist de grondstructuren ervan. We zijn nooit exemplaren van ‘de mens’ geweest, althans niet in die zin dat er een oertoestand van menselijkheid aan te geven zou zijn waarvan we kunnen vervreemden. Wat ons tot mens maakt, is juist het feit dat we voortdurend vormgeven aan onszelf. In die zin zijn we altijd al cyborgs geweest.” Hij bedoelt hiermee te zeggen dat we als menselijke soort al van jongs af aan onze omgeving en onszelf met behulp van techniek aanpassen. Vroeger gebruikten we al knotsen en kleding. De mens en de techniek zijn dus onafscheidelijk en van een ‘puur natuurlijke mens’ is geen sprake. Aangezien er geen sprake is van zo een mens, kan er ook niet beargumenteerd worden dat we door de nieuwe technologieën onze natuurlijke menselijke identiteit verliezen. Anders gezegd, de mens is sinds haar ontstaan al een transhumaan.

Op het tweede deel van dit argument, de sterk veranderende persoonlijkheid, heeft Nick Bostrom in zijn essay Transhumanist Ethics 5 een kort en duidelijke antwoord. Hij zegt daar dat er wel meer vrijwillig gekozen zaken in ons leven zijn die onze persoonlijkheid erg veranderen. Hij zegt dat bijvoorbeeld het volgen van een opleiding iemands intellectuele leven en zijn persoonlijkheid kan doen veranderen, maar dat we hier doorgaans niet van zeggen dat dit het einde van de originele persoon betekent. Het is een evolutie van iemands persoonlijkheid die ieder mens meemaakt. Of deze evolutie te weeg wordt gebracht door iets als een opleiding of iets als een mechanisch lichaamsdeel is daarbij minder belangrijk. Zolang dat wat je maakt tot wie je bent – je interesses, herinneringen, emoties et cetera – bewaard blijven, zal je persoonlijkheid niet zomaar door technologische toevoegingen verdwijnen of in iets onherkenbaars veranderen. Men zou hier op kunnen merken dat er bij Adam geen sprake was van stapsgewijze verandering in persoonlijkheid, maar een zeer plotselinge dankzij zijn enhancements en daarom is ook een groot deel van zijn persoonlijkheid niet bewaard gebleven. Zo lijkt het argument van Bostrom ineens minder sterk. Later in dit essay zal ik kijken of deze kritiek funest is voor het argument van Bostrom.

Het probleem van militarisering van de technologische ontwikkelingen

Zoals al gezegd zijn er in de wereld van Deus Ex: Human Revolution vele supersoldaten. Hun potentie en mogelijkheden zijn sterk vergroot dankzij technologische enhancements zoals sterkere mechanische armen die ook kunnen veranderen in een geweer, mechanische ogen die in het donker kunnen kijken en kunnen inzoomen et cetera. Deze supersoldaten en superhuurlingen hebben een duidelijke overmacht ten opzichte van de normale soldaat. De hoofdpersoon Adam Jensen is hier misschien nog wel het beste voorbeeld van, aangezien hij door de loop van het spel honderden mensen kan uitschakelen of doden met behulp van zijn enhancements. Behalve dat de developers de speler hier in staat stellen om te spelen als een ‘badass killing machine’, roept het ook de vraag op hoe de opkomende technologie misbruikt kan worden door landen om een gunstigere machtspositie te verkrijgen. Veel bioconservatieven zijn bang dat de technologie de die mens kan verbeteren misbruikt zal worden door machthebbers om hun machtspositie te versterken. Een mechanische arm bedoeld om een geamputeerde man met een nieuwe arm te voorzien, kan met enkele aanpassingen gebruikt worden als een dodelijk wapen. Deus Ex: Human Revolution beeldt deze angst goed uit, vrijwel elke denkbare enhancement is in het spel gemaakt tot iets wat soldaten een (groot) voordeel kan geven. Een artificiële long kan zo aangepast worden dat de gebruiker meer zuurstof kan binnen houden en als het ware immuun wordt tegen verstikkende zaken als rook. Als deze militarisering van de technologie op grote schaal wordt gedaan, zullen de landen met de beste en meeste enhancements voor hun legers de onomstreden machtshebbers worden.

De bekende, in sommige kringen beruchte, transhumanist Simon Young denkt dat een dergelijke situatie nooit zal voorkomen als we naast de technologische ontwikkelingen ook streven naar een ideale staat die bij deze ontwikkelingen past. In zijn Designer Evolution: A Transhumanist Manifesto  6beschrijft Young de zogeheten ‘Neuropolitics’, de manier waarop een transhumanistische samenleving zou moeten leven. In deze Neuropolitic zijn er geen landen, regeringen of bedrijven meer omdat deze niet meer nodig zijn. De samenleving bestaat uit slimme, samenwerkende transhumanistische individuen. Hij stelt dat de ‘Bodypolitics’ die we nu kennen, waar er een duidelijk hoofd van een land is, geen plaats heeft in een transhumanistische samenleving. Zolang er een leider is, of dat er nu één is zoals in een dictatorschap of velen zoals in een democratie, zal er onvermijdelijk misbruik gemaakt worden van de nieuwe technologie. De regeerders zullen altijd proberen om hun land een voordeel te geven in de internationale concurrentie en zullen niet bang zijn dit te doen door de enhancements te misbruiken.

We moeten dus af van de Bodypolitic en streven naar een Neuropolitic waar, aldus Young, “the Bodypolitic ruled by the state in the interests of the ‘general will’ is replaced by a neural network of freethinking, freely collaborating ‘wills to survive’; a Neuropolitic of individual minds united by the shared pursuit of continual self-development – the Self-Enhancement Society – or ‘Neurosociety’”. Deze Neurosociety, die volgens Young het gevolg van het transhumanisme zal zijn, wil de mens zichzelf enkel nog verwezenlijken, helemaal tot bloei komen op wat voor gebied ze dan ook wil. Er zal dus geen reden tot strijd of oorlog meer zijn, aangezien er geen vijandige concurrentie meer is. Door te proberen onszelf te verwezenlijken zullen we de samenleving in het algemeen naar hogere niveaus brengen. Omdat iedereen dit inziet, zal er vrede heersen. Omdat verder iedereen in basis hetzelfde ambieert, zelfverwezenlijking, zal er geen regering meer nodig zijn die alles reguleert. De enige vereiste is dat er een geheel transhumanistische samenleving is waar iedereen technologische enhancements heeft. Door deze enhancements hebben de mensen een hoger intellectniveau en zij weten dan allen, volgens Young, dat een Neurosociety de beste vorm van samenleving is. De enhancements stellen de mens in zekere zin in staat om in te zien waar het werkelijk om gaat  in het leven, namelijk jezelf en de samenleving steeds proberen te verbeteren. Alleen door de nieuwe technologie kan deze ideale samenleving tot stand komen.

Welke argumenten zijn steekhoudend?

In dit gedeelte zal ik bij elk probleem kijken of ik het argument van Deus Ex: Human Revolution bij dat probleem beter vind dan het argument van Bostrom, Verbeek of Young. Ik houd dezelfde volgorde aan als bij het behandelen van de problemen en begin dus met het probleem van identiteit. Het argument over het probleem van identiteit bestond uit twee delen, het eerste deel ging over onze identiteit als mens-zijn en het tweede deel ging over onze persoonlijke identiteit. Ik zal het nu eerst hebben over de identiteit als mens-zijn. Ik ben van mening dat Peter-Paul Verbeek hier het steekhoudende argument heeft. We zijn altijd al nauw verbonden geweest met technologie, en een samenleving zonder technologie is bijna niet voor te stellen. Ook technologie die zeer nauw met ons lichaam verbonden is, is al lange tijd aanwezig. Zo zouden mensen die een pacemaker nodig hebben zich geen leven meer kunnen voorstellen zonder die pacemaker. De pacemaker stelt hun in staat om verder te leven, iets wat ze zonder deze technologie niet hadden kunnen doen. Zo zijn er nog wel meer onmisbare technologieën te bedenken, waarvan we in ieder geval niet zeggen dat het de gebruiker minder menselijk maakt. Ik denk dat we, zoals Verbeek stelt, nog te veel denken in termen van een natuurlijke en niet-natuurlijke mens. Mensen moeten van dat denkbeeld afstappen en zien dat de natuurlijke mens ook altijd al zeer nauw met techniek verbonden is geweest. Wanneer ze dat doen, zal men inzien dat dit probleem van de afname van onze menselijke identiteit in werkelijkheid slechts een schijnprobleem is.

Laat ik verder gaan met het tweede gedeelte van het argument, het gedeelte over persoonlijke identiteit. Ik vind Bostrom’s argument iets minder sterk dan het argument van Verbeek hierboven, maar ben het uiteindelijk toch met Bostrom eens. Onze persoonlijkheid verandert door ons leven heen enorm, niet voor niets is de discussie over persoonlijke identiteit  (wat maakt dat we de ‘ik’ van nu nog steeds als dezelfde persoon van tien jaar geleden zien, al zijn die twee ogenschijnlijk heel anders) een erg actuele discussie. Alleen wanneer een enhancement, bijvoorbeeld in de hersenen, iemands persoonlijkheid compleet verandert, is er reden tot argwaan. Een betere arm, long of paar ogen zal niet ineens een onherkenbare persoonlijkheid opleveren. Hierop kan aangemerkt worden dat Adam Jensen in de game wel ineens heel erge persoonlijkheidsproblemen heeft en dat het bij hem dus wel een probleem vormt. Waarom zou dit dan ook niet bij meerde mensen kunnen gebeuren? Ik kan dit niet ontkennen, maar zeg hier wel bij dat Adam geen gradatie had in zijn enhancements. Hij kreeg ze na de aanval allemaal tegelijkertijd, waarmee hij, lichamelijk gezien, meer machine dan mens was geworden. In zo een extreem geval kan er inderdaad een heel andere persoon ontstaan wanneer er enhancements gebruikt worden. Ik ben echter wel van mening dat dit niet zo is wanneer we gradueel enhancements krijgen, en over deze graduele ontwikkeling heeft Bostrom het. Ik geef hier daarom een punt aan de transhumanisten, waardoor de score 1-0 voor de transhumanisten is.

Welnu, laten we kijken naar de militarisering van de technologie. Hier moet ik het bioconservatieve argument de voorkeur geven. Het idee van Simon Young’s ideale staat in de vorm van Neuropolitics is zeer bewonderenswaardig en als zo een samenleving een realistische mogelijkheid zou zijn, zou ik het zeker met hem eens zijn. Nu kan ik dat echter nog niet. Er is een groot verschil tussen de beschrijving van een ideale staat en het hebben van deze ideale staat. Toen Plato zijn ideale staat in de praktijk mocht uitvoeren, liep dit op niets uit. Hetzelfde zou denk ik gebeuren als we Young een land volledig laten inrichten. Young doet veel aannames over wat we zouden doen met enhancements, maar dat zijn geen zekerheden. Young is van mening dat we door de enhancements een veel beter begrip zullen krijgen van hoe we met zijn allen moet leven, maar dit is zeker geen garantie. Er is dus ook geen garantie dat er geen misbruik zal worden gemaakt van de technologieën en al helemaal geen garantie dat er geen militarisering zal plaatsvinden. Bovendien, hoeveel machtshebbers zullen hun positie op willen geven? Vooralsnog blijft dit beeld van Young dus bij een ideaal en kan het argument zo niet gebruikt worden om het transhumanisme te promoten. Eindstand: Bioconservatieven 1, transhumanisten 1.

Verschillende visies over de transhumanistische samenleving

Wat in deze vurige strijd om de toekomst van de mens misschien is opgevallen, is dat de transhumanisten elk een ander beeld hebben van een samenleving voortgebracht door techniek. Het lijkt mij dus ook de moeite waard om kort naar het verschil te kijken tussen de visies van Bostrom, Verbeek en Young over de inrichting van de transhumanistische samenleving. Als het transhumanisme namelijk het debat uiteindelijk wint, is het belangrijk om te weten welke richting we er mee op willen op het gebied van de gemeenschap. Zoals ik in de inleiding al bemerkte, hebben de drie transhumanisten elk een ander beeld van hoe een transhumanistische samenleving ingedeeld dient te worden. Young wil een samenleving zonder enige vorm van leiderschap, iedereen werkt vredig naar hetzelfde doel en wetten en dat soort zaken zijn niet langer nodig omdat iedereen zich ‘goed’ gedraagt. Bostrom daarentegen wil gewoon een samenleving zoals we die nu hebben, alleen dan ‘beter’. De mensen erin zijn slimmer, sterker en daardoor gelukkiger. Er is nog wel een overheid nodig om de gemeenschappen te regeren en om wetten te maken. Bostrom noemt in zijn werk de mogelijkheid van een ‘enhancementsplicht’ die bepaalde enhancements verplicht stelt om zo iedereen gelijke kansen te geven. Verbeek zal ook niet voor een samenleving zoals die van Young kiezen. Hij wil een soortgelijke samenleving als Bostrom beoogt, een samenleving waar er nog een duidelijk hoofd van de staat is.

Als ik een keuze moest maken tussen deze twee soort visies, zou ik kiezen voor een samenleving zoals Bostrom en Verbeek die graag zien, een samenleving waarin er nog wel een overheid is die over een land regeert. Ik vind het idee van Young’s samenleving heel mooi, maar ik ben ook van mening dat dit ideaalbeeld ook niets anders dan dat, een ideaalbeeld, is. Er zijn geen garanties dat deze Neuropolitic werkelijkheid zal worden en daardoor lijkt het mij ook te risicovol om de gok te wagen en het een kans te geven. Wanneer de Neuropolitic niet lukt, blijft er chaos over zonder echte leiders. Op dat moment kan er van alles gebeuren, de net wat slimmere en sterkere kunnen bijvoorbeeld de macht grijpen. Ik ben van mening dat er te veel risico’s aan zijn verbonden om het een kans te geven en denk dat een samenleving zoals die wij nu hebben, alleen dan met enhancements om ons ‘beter’ te maken, dan toch de betere optie is. Dit wil overigens niet meteen zeggen dat ik mezelf ook als transhumanist zie. Ik zeg enkel dat ik Bostrom’s beeld prefereer mocht het transhumanisme opkomen. Over de vraag of de transhumanistische kant of de bioconservatieve kant mijn voorkeur geniet, zal ik het in de conclusie hebben.

Conclusie

Na alle argumenten en reacties daarop besproken te hebben, kom ik op de volgende eindstand uit: Transhumanisten  1, bioconservatieven / Deus Ex: Human Revolution 1. We zagen dat de transhumanisten de meer steekhoudende argumenten hadden bij het probleem van de identiteit. We zagen daarentegen ook dat de game en daarmee de biocoservatieven het betere argument hadden bij de militarisering van de technologie omdat Young’s argument nog te veel slechts een ideaalbeeld was.

Betekent dit nu dat  ik zelf dan maar neutraal ben over de richtingen, dat er geen mijn voorkeur geniet? Ja en nee. Als ik mijn oordeel enkel op dit essay zou baseren, zou ik mijzelf voortaan beschrijven als een transhumanist en de transhumanistische samenleving zoals Bostrom en Verbeek die zien bepleiten.  Ik weet echter dat de problemen en argumenten geopperd in Deus Ex: Human Revolution slechts het topje van de ijsberg zijn. Er zijn nog veel meer mogelijke problemen van het transhumanisme te benoemen en er zijn nog talloze andere bronnen waarin deze problemen uiteengezet worden. Om mijzelf echt een transhumanist of bioconservatief te kunnen noemen, zal ik nog veel dieper in dit debat moeten gaan duiken. Laat ik dan ook voor nu maar zeggen dat ik nieuwsgierig ben naar de mogelijkheden van het transhumanisme, maar zeker niet de mogelijke gevaren ervan over het hoofd zie. Tegen een perfect werkende mechanische arm zou ik in ieder geval geen nee zeggen, dus misschien neig ik dan toch een beetje richting het transhumanisme. Of misschien speel ik gewoon te veel videogames waarin het hoofdpersonage een badass killing machine is.

 

Notes:

  1. George Orwell, 1984 (Penguin Books Ltd, 2008)
  2. Eidos Montreal,  Deus Ex: Human Revolution (Square Enix, 2011)
  3. Om een goede impressie van de wereld van Deus Ex: Human Revolution en de sfeer die daar heerst te krijgen, raad ik aan om op Youtube de trailer van de game te kijken. Hier wordt in circa vijf minuten een goede (sfeer)impressie van de game gegeven. Om dit filmpje te vinden, kan je het beste zoeken op ‘Deus Ex: Human Revolution – Cinematic Trailer’.
  4. Peter-Paul Verbeek, De Grens Van De Mens (Lemniscaat, 2011)
  5. Nick Bostrom, Transhumanist Ethics, URL = <http://www.nickbostrom.com/ethics/transhumanist.pdf>
  6. Simon Young, Designer Evolution: A Transhumanist Manifesto (Prometheus Books, 2005), Kindle edition

Tags: , ,

Download als PDF
| RSS 2.0 | Reageer op dit artikel

Er zijn geen reacties op dit artikel

Reageer op dit artikel




Bericht