Philippe van Haute over de psychoanalytische praktijk & theoretische filosofie

Auteur(s): Maikel de Vocht | Categorie: Off the Record

In Off the Record vertellen docenten en onderzoekers over hun wijsgerige interesses, al dan niet naast hun onderzoeksgebied. Deze keer het woord aan Philip van Haute, hoogleraar wijsgerige antropologie, en de afgelopen twintig jaar in de avonduren werkzaam als psychoanalyticus. Als geen ander weet hij dus wat zowel het verschil als de overeenkomst tussen beide vakgebieden zijn. “Ik denk dat veel mensen die zich filosofisch bezighouden met psychoanalyse zouden verschieten als ze een echt psychoanalytisch tijdschrift open zouden slaan.”

“Ik heb me eigenlijk altijd bezig gehouden met de filosofische implicaties van de psychoanalyse. Die twee waren een soort eenheid voor mij, met dien verstande dat ik niet denk dat alle filosofie zich met psychoanalyse moet bezighouden. Het is één van de mogelijke manieren om de wijsgerige antropologie gestalte te geven. Er leiden veel wegen naar Rome, het is vooral van belang dat je in Rome geraakt en niet langs welke weg. Zelf kwam ik al in aanraking met psychoanalyse in het derde jaar van mijn studie, als ik goed kan tellen moet dat in 1979 geweest zijn. Mijn promotieonderzoek ging over psychoanalyse, over Jacques Lacan, maar dan de invloed van Hegel en Heidegger op Lacan. Tegelijkertijd was ik begonnen aan de opleiding tot psychoanalyticus. Dat had er mee te maken dat in die tijd in Leuven de psychoanalyse sterk vertegenwoordigd was door enkele grote figuren die ook buiten de psychoanalyse bekend waren.”

“Filosofie is een tegen-indicatie om psychotherapeut te zijn omdat je dan te theoretisch ingesteld bent. Ik heb twintig jaar gewerkt als therapeut. Ik heb dat altijd graag gedaan en deed dat in de avonduren naast mijn academische werk, maar nu ben ik er mee gestopt. Op een bepaald ogenblik heb ik mezelf de vraag gesteld wat ik nu het liefst doe. Ik heb ook niet het eeuwige leven, en voel me nu goed met nog uitsluitend filosofie te doen. Psychoanalyse speelt daar nog een belangrijke rol in, dat is evident, maar misschien niet meer zo exclusief als de laatste tien jaar het geval was. Vandaag de dag is het veel moeilijker vanuit de filosofie psychoanalyticus te worden, maar toen ik studeerde kon je nog tot de opleiding toegelaten worden met een diploma in de humane wetenschappen. Nu is het meer en meer een zaak van alleen psychologen en psychiaters. De professionalisering van de psychologie heeft ertoe geleidt dat de psychologie de psychotherapie volledig voor zich is gaan claimen. Die ontwikkeling zelf is gepaard gegaan met protocollering van therapieën. ‘Genezing van uw depressie in zestien zittingen.’ De eerste twee zijn dan kennismaking, de volgende tien of twaalf om ervan af te geraken en de laatste vier zijn consolidatie. Dit is natuurlijk een beetje een karikatuur, maar de vraag is of al die professionaliseringstendensen gunstig zijn geweest.”

 

Van Heidegger naar Foucault

“Vroeger had ik nog wel het idee dat de filosofie strak staat in de psychoanalyse doordat zij haar een empirische basis verschaft. Daar ben ik ondertussen op teruggekomen omdat ik niet meer tot diegene behoor die zich bezighouden met de vraag of de psychoanalyse een wetenschappelijke status kan claimen of niet. Ik ben me meer en meer gaan realiseren dat heel het veld van de psychotherapie in feite alleen maar verwijst – en alleen maar begrepen kan worden vanuit – een bredere problematiek die van antropologische aard is. Dat is te zeggen, elke samenleving formuleert op een of andere manier een antwoord op psychisch lijden en dat is een antropologisch probleem. Het begrijpen van deze stap is veel belangrijker dan de vraag of de verschillende therapieën waar we over beschikken dan wel wetenschappelijk zouden zijn of niet. Het probleem is veel ingewikkelder dan ik oorspronkelijk dacht.”

“Ik heb heel lang gedacht dat er een interessante antropologie te ontwikkelen was vanuit het psychoanalytische model. Een antropologie die niet zou vallen onder de kritiek van Heidegger en Derrida op de mens als een centrale zingever van waaruit de hele werkelijkheid begrepen moet worden. Nu ben ik denk ik veel meer een Foucaultiaan geworden – ook al is dat mijn auteur niet – in de zin dat ik de psychoanalyse nu veel meer zie als zijnde functioneel geweest in het ontstaan van een nieuw type subjectiviteit dat in de loop van de negentiende eeuw is ontwikkeld. Dat is een heel ander soort houding ten opzichte van de psychoanalyse omdat je deze dan onvermijdelijk moet historiseren. Het gaat dan niet meer over de psychoanalyse als uitdrukking van de fundamentele structuren van het menselijk bestaan, maar om het achterhalen van hoe dat type subjectiviteit – onder andere vanuit de psychoanalyse – historisch tot stand is gekomen. Dus de psychoanalyse blijft interessant, maar om andere redenen.”

 

Religieuze bevlogenheid

“In mijn ogen is heel de psychiatrische en therapeutische wereld de laatste dertig jaar extreem veranderd en daardoor ben ik een beetje afgehaakt. De intellectuele uitdaging en de interessante wijsgerige debatten zijn in mijn aanvoelen veel meer op de achtergrond geraakt, zeker binnen de filosofische tradities waar ik me mee verbonden voel. Wellicht dat mijn intellectuele interesses anders zijn geworden en dat het meer een ontwikkeling is bij mezelf, maar dat zie ik als een goed teken want het betekent dat ik nog niet zo oud ben.”

“Er komt enorm veel ideologie en passie bij kijken in debatten tussen mensen die zich met psychotherapie en psychoanalyse bezighouden. Ik neem daar liever niet meer aan deel omdat ik denk – en dat geldt voor veel analytici – dat wat daar gezegd wordt veel onjuistheden bevat. Dat is op zich niet erg, dan discussiëren we erover, maar het wordt vaak met zo’n passie verdedigd dat ik er niet meer aan mee wil doen. Ik verdedig de psychoanalyse nog altijd, maar ik kan mij niet in zo’n modus steken van ‘wij weten het allemaal beter dan de anderen’. Dat is een houding die je veel bij psychoanalytici vindt, maar ook bij critici van psychoanalyse. Het bijna religieuze aspect daarvan  is mij op den duur een beetje gaan vervelen. Blijkbaar staat er in de psychotherapie wel erg veel op het spel. ‘Mijn God is beter dan de uwe’. Dat zal wel zijn, maar dat interesseert mij niet.”

“Een van de grote voordelen van de academie is dat je kunt debatteren met mensen die niet noodzakelijk op uw lijn staan of die een belang aan het verdedigen zijn. Dat is wel zo in de psychotherapeutische wereld, het is die mensen hun broodwinning. Dan is het ook begrijpelijk dat er soms motieven tussen kruipen die intellectueel gezien niet helemaal zuiver zijn. In die zin is het mijn zegen geweest dat ik psychoanalyse in de praktijk heb kunnen combineren met mijn academische bezigheden. Op die manier had ik toch een soort vrijheid om onafhankelijk te zijn. De prijs die je dan betaald – maar dat is eigenlijk een zege – is dat je eigen activiteiten als psychoanalyticus voortdurend in vraag worden gesteld. Het is een verplichting om je daar niet in te verliezen en een soort openheid te behouden die je wellicht anders wat gemakkelijker verliest, niet alleen uit de aard van de zaak, maar ook vanuit je materiële situatie.”

 

Schizofrene situatie

“Het werken in de praktijk als psychoanalyticus is voor mij echt een ander soort bezigheid dan filosofie. Je kunt het alleen doen als je de filosofie thuislaat. Het is een bijzonder vermoeiend en veeleisend vak omdat je voortdurend geconfronteerd wordt met mensen die in de problemen zitten waar jij een belangrijk aanspreekpunt voor bent. Als je iemand drie uur in de week ziet met ernstig psychische problemen, gaat je dat niet in de koude kleren zitten. Als je dat op een gegeven moment niet meer kunt opbrengen is het beter om te stoppen, anders ben je alleen je zakken aan het vullen. Na twintig jaar ken je het ritueel wel en is er de kans dat je teveel een rol gaat spelen. Er zijn genoeg grappen over de psychoanalyticus die niks zegt, zich vasthoudt aan zijn kader en alleen ‘hmm, hmm’ zegt, maar de werkelijkheid is natuurlijker iets genuanceerder. Tijdens zo’n therapeutische zitting moet je erg inventief zijn om mensen aan de praat te houden.  De typische patiënt is toch meer iemand die bij je komt en de eerste paar sessies geregeld niet of moeilijk spreekt, niet iemand die uit zichzelf begint te babbelen. Dan is er meer nodig dan enkel niet interveniëren.”

“In zekere zin is mijn situatie altijd een beetje schizofreen geweest, tegelijkertijd werken als filosoof en als psychotherapeut. Als de filosofie de praktijk al beïnvloed heeft, dan zal het zeer onrechtstreeks zijn geweest. Als psychotherapeut is het de bedoeling zo onbevooroordeeld mogelijk te luisteren naar wat je patiënt vertelt. Je moet dan de theorie buiten laten. Daarmee bedoel ik dat als iemand er niet in slaagt over te brengen wat hij voelt of denkt, dat je dat niet kunt oplossen met theorieën. Dat betekent niet dat theoretische inzichten geen invloed kunnen hebben op de manier waarop je luistert, maar of dat filosofische inzichten zouden zijn is nog maar de vraag. Ik heb zelf in ieder geval niet het gevoel dat wat ik deed als filosoof bepalend is geweest voor wat ik in de praktijk deed als psychoanalyticus. Behalve misschien dan wat de geschiedenis van het Oedipuscomplex betreft. Ik ben niet geneigd op zoek te gaan naar oedipale verhalen, ook al zijn die er. Mijn punt is vooral dat het twee verschillende bezigheden zijn, en dat het ongelukkig is deze twee te vermengen of te denken dat het ene in het verlengde van het andere ligt. Je doet dan af aan de eigenheid van de psychoanalytische praktijk en het risico is dan groot om in theoretische speculatie te vervallen, ook met patiënten. Dat kan eigenlijk niet de bedoeling zijn want die doen dat al uit zichzelf. Daarvoor zaten ze juist bij mij.”

 

Ieder zijn vak

“Je kunt nog zoveel Freud gelezen heb, dat maakt je nog geen analist. Natuurlijk komt de theorie ook wel naar voren onder psychoanalytici, maar dat gaat vooral over hoe met patiënten gewerkt wordt. Op het ogenblik dat ik mij beweeg te midden van psychoanalytici, ben ik geen filosoof maar een psychoanalyticus. Dan ga ik niet zeggen dat je je vak eigenlijk alleen kunt uitoefenen als je inziet dat Freud een soort impliciete kritiek is op Heidegger. Daar is niemand in geïnteresseerd. Wat de psychoanalyticus interesseert is ‘wat moet ik nu met deze patiënt doen?’, terwijl wat mij als filosoof interesseert is of het primaat van de seksualiteit houdbaar is of niet. Je kunt perfect doen wat ik als filosoof doe, zonder dat je tegelijkertijd een psychoanalyticus bent. Wel heeft het mij geholpen de psychoanalyse als meer te zien dan alleen de theoretische praktijk waar de filosofie het voor aanziet. Als voorzitter van de Belgische School voor Psychoanalyse heb ik me ook beziggehouden met het lezingenprogramma. Daar heb ik zelden of nooit filosofen uitgenodigd. Ik denk dat veel mensen die zich filosofisch bezighouden met psychoanalyse zouden verschieten als ze een echt psychoanalytisch tijdschrift open zouden slaan.”

“Bovenal denk ik dat de nuance moet regeren. Dat is ook een van de redenen dat ik geen grote fan ben van allerlei publieksfilosofie die zich als zodanig afficheert. Het risico van publieksfilosofie a la Filosofie Magazine is dat je alleen nog op zoek gaat naar de oneliner en dingen die ‘leuk’ zijn, maar is het een filosofisch criterium of iets leuk is? We leven in een tijd waarin alles maar maatschappelijk relevant moet zijn, maar wat is de maatschappelijke relevantie van de zijnsvraag? Ik vind dat een maatschappij moet verdragen dat er mensen zijn die zich met dingen bezighouden die belangrijk en zinvol zijn, maar waarvan het nut niet onmiddellijk duidelijk is. Wat er volgens mij mis is met de populaire filosofie, is dat zij teveel kijken naar de oplossing. Terwijl wat mij interesseert is een probleem van verschillende kanten en invalshoeken bekijken. Een soort vragend zoeken – om het toch wat populair te zeggen. Dat is ook zo in de verhouding tussen filosofie en psychoanalyse. Wat je kunt doen is het probleem vanuit verschillende perspectieven benaderen, maar het oplossen zou bijna spijtig zijn.”

 

Tags: ,

Download als PDF
| RSS 2.0 | Reageer op dit artikel

Er zijn geen reacties op dit artikel

Reageer op dit artikel




Bericht