Pedofielen: de melaatsen van onze samenleving

Auteur(s): Tim Houwen | Categorie: Column

De Deense film Jagten van de Deense regisseur Thomas Vinterberg toont de banvloek die momenteel rust op de pedofiel. In Jagten wordt een meester op een kleuterschool ten onrechte beschuldigd van ongeoorloofd seksueel gedrag en krijgt het hele dorp over hem heen. Uiteindelijk lijkt de film goed af te lopen en wordt de leraar weer opgenomen in de dorpsgemeenschap, maar het stigma van pedofiel blijft aan hem kleven. In de slotscène gaat de leraar met zijn oude vrienden op jacht. Als hij aanlegt op een hert, klinkt achter hem ook een schot. De kogel scheert rakelings langs de leraar heen. De suggestie van de film is duidelijk: wanneer je eenmaal als pedofiel gebrandmerkt bent, kom je daar nooit meer vanaf. Onlangs hebben stadsbewoners van Los Angeles een manier gevonden om veroordeelde pedoseksuelen uit hun buurt te verjagen. Door parkjes aan te leggen in hun wijk verplichten ze de seksovertreders te verhuizen. Volgens Jessica’s Law, een wet die genoemd is naar een misbruikt meisje, mogen veroordeelde pedofielen in de VS niet in de buurt van een school of een park wonen. Een woning voor een pedofiel die vrijkomt? Not in my backyard.

In onze westerse cultuur is seks met kinderen not done, abnormaal. Dat is wel eens anders geweest. In Nederland dacht men dertig jaar geleden heel anders over pedofilie. Bij sommige heerste de gedachte dat kinderen misschien helemaal niet zo slecht af waren wanneer ze vriendschap sloten met een pedofiel. Er was zelfs een wetsvoorstel in de maak om alle porno, inclusief kinderporno, vrij te geven. Wie nog verder graaft in de geschiedenis komt tot de bevinding dat pedofilie – hoe ondenkbaar vandaag de dag – zelf ooit de normaalste zaak van de wereld was. In het Griekenland van Plato gold de liefde van een wijze oudere man voor opgroeiende jongens als een deugdelijke pedagogische relatie. Vandaag de dag roepen pedofielen echter ongekende woede en walging op. Bij ieder bericht over ontucht krijgen mensen gruwelijke verhalen voorgeschoteld, waardoor als het ware het beeld naar voren van een vieze oude man die zich heeft uitgeleefd op een klein, onschuldig kind. De negatieve mediahype rondom pedofilie hangt sterk samen met het beeld wat wij hebben van ‘het kind’. Het imago van het kind is er een van zwakte en onschuld. Zwakte roept het beeld op van nood en bescherming. Dit beeld miskent dat kinderen ook seksuele nieuwsgierigheden kennen en soms zelf seksuele toenadering zoeken. Op dit punt zijn we na de ‘seksuele bevrijding’ van de jaren zestig weer terug bij de Victoriaanse tijd in de negentiende eeuw: de seksualiteit van het kind wordt ontkend, veronachtzaamd en onderdrukt.

De werkelijkheid is complexer dan het gangbare beeld over pedofilie: lang niet alle pedofielen plegen ook daadwerkelijk seksueel misbruik. In zijn Antihandboek voor de filosofie schrijft de Franse filosoof Onfray dat een pedofiel zijn seksuele voorkeur ook maar is overkomen. Als hij kon kiezen dan zou hij waarschijnlijk een andere seksuele voorkeur aanmeten, die sociaal minder gevaarlijk is en de maatschappelijke rust minder verstoort. Het zou de dader en zijn slachtoffers veel ellende besparen. Onze identiteit is voor een belangrijk deel een product van onze omgeving, opvoeding en genetische aanleg, waardoor we iemand worden voor wie we nooit gekozen hebben. Dat werpt in ieder geval de vraag op of pedoseksuelen niet ook zouden moeten worden geholpen in plaats van bestraft.

Onfray gebruikt het voorbeeld van de pedofiel om te laten zien dat de mens over minimale vrijheid beschikt en onderworpen is aan maximale beperkingen. Geloof in vrijheid, zo schrijft Onfray, “heeft, merkwaardig genoeg, veel wel van een illusie”. Toch laat het voorbeeld van de pedofiel juist ook zien dat er altijd een vrije keuze is. Seksuele voorkeuren overkomen ons inderdaad eerder dan dat we ze in vrijheid kiezen, maar voor seksuele handelingen geldt dat niet. De collectieve afwijzing van de pedofiel in onze samenleving gaat echter verder dan een veroordeling van schadelijk gedrag op kinderen. We vinden pedofielen intrinsiek slecht, ook als er van kindermisbruik geen sprake is.

Deze collectieve walging is volgens Michel Foucault het gevolg van een verregaande criminalisering van de seksualiteit vanaf de negentiende eeuw. In het interview Het gevaar van kinderseksualiteit constateert Foucault dat deze criminalisering niet primair gericht is op bestraffen van misdaden, maar om kwetsbare groepen in de samenleving te beschermen tegen de zogenaamde delinquent. Daarmee bedoelt Foucault dat er in de wet een verschuiving plaatsvond van het veroordelen van bepaalde handelingen naar een veroordeling van de dader zelf. Foucault hekelde deze ontwikkeling omdat hij bang was dat ze zou resulteren in een ‘gevarensamenleving’ waarin de ‘kwetsbare groepen’ (kinderen) tegenover de ‘gevaarlijke groepen’ (volwassenen) zouden komen te staan. Seksualiteit zou in een zo’n samenleving worden afgeschilderd als een permanent gevaar dat op de loer ligt. Foucaults voorspelling is niet onjuist gebleken. De beeldvorming rondom pedofilie leidt tot een onverzadigbaar verlangen naar veiligheid waarbij geen enkel risico wordt geaccepteerd.

 

Tags: ,

Download als PDF
| RSS 2.0 | Reageer op dit artikel

Er zijn geen reacties op dit artikel

Reageer op dit artikel




Bericht