Opstand, vrijheid, hartstocht

Albert Camus en het literaire denken
Auteur(s): Mathijs Sanders | Categorie: Forum

In zijn honderdste geboortejaar en ruim een halve eeuw na het verkeersongeluk dat hem het leven kostte, is het werk van de Franse schrijver Albert Camus nog altijd springlevend. Drie recent verschenen, nieuwe Nederlandse vertalingen onderstrepen het actuele belang van deze denkende schrijver. 1

Camus zet zijn lezers in beweging. In zijn boeken hoorde ik voor het eerst de melodie van het denken: hij schotelt ons geen leer voor maar spoort aan tot reflectie en bedient zich daarbij van literaire middelen. “Men kan niet genoeg de aandacht vestigen op de willekeur van de oude tegenstelling tussen kunst en filosofie”, schrijft hij in De mythe van Sisyphus. 2 Om zicht te krijgen op het literaire denken van deze schrijver kunnen we zijn oeuvre dan ook het beste als één geheel beschouwen. Twee denkfiguren wil ik hier naar voren halen die voor mij de kern van dat oeuvre vormen, namelijk de kritiek op het utopisme en het ideaal van ‘het klaarlichte denken’.

Voor  Camus geldt het hier en nu. Wie zijn hoop vestigt op een hiernamaals of op een aards paradijs bedriegt zichzelf en brengt anderen in gevaar. Utopieën wiegen het denken in slaap met de valse belofte van een uitgesteld geluk. In De mythe van Sisyphus stelt Camus ons de absurde mens ten voorbeeld, die in opstand komt tegen de doodsdrift en in het volle besef van de doelloosheid van het bestaan hartstochtelijk heeft leren leven onder de zon. “Het absurde ontstaat uit de confrontatie van de mens die vraagt, en de wereld die op een onredelijke wijze zwijgt.” 3 Er zijn twee mogelijkheden om aan die confrontatie te ontsnappen: zelfmoord of de sprong in een religie of aardse utopie (de zelfmoord van het denken). Camus wijst beide vluchtwegen af en pleit voor de bewuste aanvaarding van het absurde. Wat is de zin van een leven dat geen doel heeft? Wie bereid is die vraag te stellen, kan geluk vinden in de momenten waarop de scheiding tussen de mens en de wereld het minste wordt gevoeld. Op die momenten hebben zijn personages het gevoel deel uit te maken van de wereld of zelfs die wereld te zijn. Dat zijn de ogenblikken waarop een epifanie mogelijk wordt. 4 Het kunstwerk lijkt bij uitstek de plaats waar een dergelijke ervaring kan worden getoond. In het vroege werk, vooral in de verhalen uit Noces (Bruiloft), wordt die eenheidservaring met de natuur opgeroepen in lyrische passages, waarin het moment het wint van de op toekomst en doelen gerichte geschiedenis. Dat moment kan worden vergroot in de lengte (door het te laten voortduren) of in de breedte (door het uit te putten, te vergroten, te verrijken). Dat een dergelijke plotselinge openbaring ook tot vernietiging kan leiden, weten lezers van L’Étranger (De vreemdeling). Wanneer de jonge Meursault voelt hoe “een heel strand trillend van zonlicht tegen mij aan [drong]” en het mes van een Arabier het zonlicht in zijn gezicht laat spatten, schiet hij hem dood en verstoort hij “het evenwicht van de dag […] de uitzonderlijke stilte van een strand waar ik gelukkig was geweest.” 5 Alle pogingen van gerechtsdienaren om zijn daad rationeel te verklaren, zullen stuklopen. Meursaults misdaad is de verstoring van dat natuurlijke evenwicht.

Camus liet De mythe van Sisyphus voorafgaan door een regel uit de derde Pythische Ode van Pindarus: “O mijn ziel, streef niet naar de onsterfelijkheid, maar put het veld der mogelijkheden uit.” 6 Los van zijn gebruikscontext kan deze uitspraak gemakkelijk worden begrepen als een oproep tot ongebreideld hedonisme. Voor Camus is het tegendeel het geval. Dat brengt mij op wat ik als de kern van Camus’ denken beschouw en wat het duidelijkst is verwoord in het laatste deel van L’Homme révolté (De mens in opstand) uit 1951, het boek dat de breuk met de utopist Sartre onherstelbaar maakte. Dat laatste deel draagt de titel ‘La pensée du midi’ (‘Het klaarlichte denken’) en staat in het teken van de aanklacht tegen wat Camus “de mateloosheid van onze tijd” noemt. 7 Die mateloosheid uit zich onder andere in de eis van totale individuele vrijheid, die alleen kan worden verwezenlijkt door de vrijheid van anderen onder druk te zetten. Dan ontaardt opstand al snel in terreur. Terwijl Sartre begrip vroeg voor het politiek gemotiveerde terrorisme van ‘links’, dat een hoger doel diende (het omverwerpen van een onrechtvaardige werkelijkheid), waarschuwde Camus voor het gevaar dat een authentieke opstand zou uitlopen op een vorm van geïnstitutionaliseerd geweld, politiek gelegitimeerd terrorisme. 8 De opstand die Camus voorstaat leidt niet tot vernietiging maar manifesteert zich in levenskracht, in het scheppen. Onder de dreiging van een totale nucleaire vernietiging moet de mens zich volgens Camus voegen naar het “grensdenken”. 9 De opstand mag niet uitlopen in excessen, de grenzen van het menselijke moeten steeds in acht worden genomen. De actualiteit van Camus ligt vooral in zijn verzet tegen het abstracte denken, tegen het stollen van het denken tot een idee of ideologie. Die afwijzing van grote verhalen waarmee wij elkaar geruststellen en waarmee we ons behaaglijk wentelen in het vet van ons eigen gelijk, resulteerde bij Camus niet in een waardevrij relativisme. Het ging hem er juist om de complexe werkelijkheid te begrijpen door die werkelijkheid te beleven. De roman was een belangrijk middel om tot dat begrip met behoud van complexiteit te komen. Evenwicht en maat wijst Camus aan in de traditie van het apollinische denken, waarin de schoonheid boven de rede staat, de natuur boven de steden en het leven boven de leer. Zoals Camus onze blik richt naar het Middellandse Zeegebied, waar dat ideale ‘klaarlichte’ denken bewaard zou worden, zo oriënteren wij ons opnieuw op het uitzonderlijke werk van deze denkende schrijver. Juist nu.

Notes:

  1. Albert Camus, De vreemdeling, Amsterdam 2013 (De Bezige Bij). Albert Camus, De mythe van Sysifus. Een essay over het absurde, Utrecht 2013 (Uitgeverij IJzer). Albert Camus, De mens in opstand, z.p. 2013 (Amstel Uitgevers).
  2. Camus, De mythe van Sisyphus, p. 126-127.
  3. Camus, De mythe van Sisyphus, p. 42. De vraag van de mens is die naar eenheid, zin en betekenis. De uitspraak preludeert op het essay over Kafka, het ‘Aanhangsel’ bij De mythe van Sisyphus, vooral op Camus’ visie op Der Prozess.
  4. Een heldere uiteenzetting over epifanie in de moderne literatuur geeft J.D.F. van Halsema, Epifanie. Ogenblikken van verlichting en verschrikking in de Nederlandse letterkunde rond 1900, z.p., 2006 (Historische Uitgeverij), p. 29-60. Van Halsema typeert epifanie “in de modern-literaire betekenis” als “een zich aan de ratio onttrekkende, plotselinge, kort durende, diep inwerkende ervaring waarin een zintuiglijk waarneembaar element in de gewone, alledaagse werkelijkheid een niet binnen een gangbaar kader te plaatsen reactie oproept bij wie het ondergaat. De aanleiding staat dus in geen verhouding tot de uitwerking.” p. 35. Dit lijkt mij een nogal precieze beschrijving van wat Meursault in het negatieve overkomt.
  5. Camus, De vreemdeling, p. 68-69.
  6. Camus, De mythe van Sisyphus, p. 11.
  7. Camus, De mens in opstand, p. 17.
  8. Zie Ruud Welten, Zinvol geweld. Sartre, Camus en Merleau-Ponty over terreur en terrorisme, Kampen, 2006 (Klement).
  9. Camus, De mens in opstand, p. 297.

Tags:

Download als PDF
| RSS 2.0 | Reageer op dit artikel

Er zijn geen reacties op dit artikel

Reageer op dit artikel




Bericht