Judith Steenkamer over kunstschilderen

Auteur(s): Lisanne Hemmen en Sabine Holtermann | Categorie: Filosoof op de Arbeidsmarkt

Dat niet alle filosofen altijd aan het filosoferen blijven, bewijst Judith Steenkamer (1980). Met veel plezier is ze afgestudeerd in de filosofie. Toch is ze tegenwoordig nauwelijks nog bezig met filosofie. Afgelopen zomer stopte ze met haar baan als programmamaker bij het Soeterbeeckprogramma zodat ze zich voltijd kan bezighouden met haar grote passie: het schilderen van portretten. Dat ze afgelopen lente de publieksprijs won met haar portret bij de expositie ‘Beeld van Beatrix’ heeft hier mede aan bijgedragen. Splijtstof sprak met haar.

 

Hoe ben je bij filosofie gekomen?
“Zowel filosofie als journalistiek leken mij erg leuk. Ik ben naar een paar open dagen geweest, waaronder bij filosofie in Nijmegen en ik vond dit heel interessant. Achteraf ben ik blij dat ik filosofie heb gekozen en geen journalistiek, want ik houd totaal niet van schrijven. Filosofie werd als vak bijna niet gegeven op middelbare scholen , waardoor ik tijdens mijn middelbare schooltijd er nog niet veel mee bezig was. Dat is eigenlijk pas echt tijdens de studie gekomen.”

 

Wat vond je uiteindelijk het leukste aan filosofie?
“Je leert bij filosofie een geschiedenis van het denken, dat vind ik heel interessant. Je bekijkt denkbeelden uit andere tijden en ziet hoe ze veranderen. Daar kun je een lijn in trekken. Je ziet dan wat er in een bepaalde tijd belangrijk gevonden wordt en dat uit zich in de filosofie, maar ook in de kunst.”

 

Je vertelde dat je niet heel erg van schrijven hield, maar bij filosofie moet je ook vrij veel schrijven, vond je dat lastig?
“Ja. Het was niet mijn hobby en ik moest veel werkstukken schrijven. Later vond ik het soms wel leuk, bijvoorbeeld toen ik mijn scriptie moest schrijven en het schrijven bij vakken die ik heel interessant vond. Als je de stof heel interessant vindt en argumenten bedenkt of uitlegt, wordt het leuker en wordt het ook steeds duidelijker. Ik heb dus wel een paar pleziermomenten aan het schrijven beleefd, maar die zijn niet talrijk. Bij mijn scriptie zag ik er heel erg tegen op, maar uiteindelijk viel het mee. Maar ik zou niet voor de lol nog zoiets gaan schrijven.”

 

Heb je daarom van het schilderen je baan gemaakt?
“Ja, schilderen ligt mij meer dan filosofie, maar ik ben wel heel blij dat ik filosofie gestudeerd heb. Je leert bij filosofie namelijk een bepaalde manier van denken. Daar ben ik heel blij mee, maar beeld spreekt me meer aan dan tekst. Schilderen heeft mij veel meer gelegen dan filosofie ooit gedaan heeft.”

 

Schilderde je al op jonge leeftijd?
“Ik tekende vooral. Tekenen is de basis van realistisch schilderen. Als je niet kunt tekenen, moet je eigenlijk nog niet gaan schilderen. Tijdens mijn studietijd tekende ik bijna niet meer. Af en toe was ik er nog wel mee bezig, maar niet heel veel. Daar was geen aanwijsbare reden voor.”

 

Hoe kwam het opeens weer terug?
“Ik was toen al een tijdje meer met kunst bezig. Ik ben in de filosofische esthetica afgestudeerd bij Thomas Baumeister. In Nijmegen was er vrij weinig onderwijs in de esthetica, je had een inleiding in de esthetica, maar verder was er niet zo veel. Ik ben in Utrecht een paar vakken gaan volgen en dat was heel erg leuk. Daardoor bedacht ik me dat ik iets met kunst wilde gaan doen wanneer ik klaar was, maar dat was nog niet zo makkelijk natuurlijk. Wanneer je afgestudeerd bent, heb je amper werkervaring. Ik heb daarom een tijdje vrijwilligerswerk gedaan in Assen bij kunstenaarsinitiatief DeFKA (Departement voor Filosofie en Kunst in Assen) om meer ervaring te krijgen. Daar hielden ze zich vooral bezig met de overeenkomsten tussen kunst en filosofie. Ze waren daar erg veel bezig met conceptkunst en en niet met realisme; dat vonden ze achterhaald. In die tijd bezocht ik zelf tentoonstellingen en ik kan me herinneren dat ik iets gezien had wat ik heel mooi vond. Ik ben hierdoor weer meer gaan tekenen en heel snel ging het al veel beter. Dat motiveert heel erg. Eerst heb ik veel tijd gestoken in leren tekenen en het begrijpen van de verf en toen pas ben ik gaan schilderen.

In het begin was schilderen wel lastig, omdat het heel anders is dat tekenen. Je moet met heel andere dingen rekening houden.”

 

Heb je ooit overwogen om naar de kunstacademie te gaan?
“Toen ik klein was wel. Ik schreef bijvoorbeeld in vriendenboekjes dat ik kunstenaar wilde worden. Ik heb een jaar de Opleiding Oude Schildertechnieken gevolgd in Den Bosch.Daar leer je heel veel verschillende oude technieken en hoe je bijvoorbeeld zelf verf kunt maken, maar daar leer je ook niet echt realistisch schilderen; dat is niet de insteek. Ik ben er na een jaar mee gestopt, omdat ik met olieverf wilde schilderen en het tweede jaar zou over andere technieken gaan. Ik ben niet naar de kunstacademie gegaan, omdat je leer daar niet leert schilderen zoals ik schilder. Je leert daar vooral ideeën en een eigen stijl ontwikkelen. Ik sprak laatst een meisje dat net van de kunstacademie kwam. Zij vertelde dat ze helemaal niet wist hoe ze een olieverfschilderij moest opzetten. Dat leer je daar helemaal niet; technisch gezien leer je daar helemaal niets. Ik ben blij dat ik een goede academische opleiding heb gedaan en niet de kunstacademie.”

 

Je schildert in de realistische stijl. Waarom spreekt dit jou zo aan?
“Deze stijl heeft mij eigenlijk altijd het meeste aangesproken. Je kunt in het klassiek schilderen de werkelijkheid echt heel mooi weergeven. Ik vind het iets toverachtigs hebben hoe het beeld ontstaat. Eerst lijkt het nog nergens op en is het nog heel vaag en schematisch en dan wordt het langzaam steeds gedetailleerder, steeds beter. Dat magische heb ik bij andere schilderstijlen veel minder. Het is 2d, maar je kunt toch een 3d illusie scheppen.”

 

Probeer je een eigen stijl aan een portret toe te voegen?
“Een portret moet zo realistisch mogelijk zijn, maar ik maak wel kleine aanpassingen. De focus leg ik meestal in het gezicht, omdat de blik daar het eerst naartoe gaat. Kleding houd ik meestal vaag, en schilder ik grof. In een portret gaat het om het gezicht en de herkenbaarheid. Ik schilder meestal na van foto’s, maar het is niet zo dat ik de foto zomaar kopieer. Ik maak wel keuzes in wat belangrijk is. Dit zijn vaak kleine aanpassingen, bijvoorbeeld als iemand heel veel rimpels heeft, die hoef ik niet allemaal keihard te schilderen. Vaak maak ik het dan iets zachter door de nadruk op de ogen te leggen. Je maakt keuze in de manier waarop je schildert, wat is belangrijk en wat niet? Waar moet ik eerst naar kijken? Hoe wil je de blik leiden? Een mooie belichting is een van de belangrijkste dingen. Je wilt vorm hebben en dan helpt het als je veel verschil hebt tussen licht en donker. Die suggestie wek je dan beter en het is ook interessanter in het schilderij. Ik probeer daarom vaak licht en donker in een groot bereik te zetten.”

 

Zijn er volgens jou overeenkomsten tussen de kunst en filosofie?
“Tijdens het schilderen ben je eigenlijk niet met filosofie bezig, het is namelijk een heel andere activiteit, maar er zijn zeker overeenkomsten. Je moet bijvoorbeeld voor allebei heel nauwgezet zijn. Bij filosofie moet je heel precies zijn in het omgaan met teksten en concepten en is ieder klein onderscheid belangrijk. Dat is in het schilderen ook zo. Het gaat om het kleinste onderscheid tussen licht en donker, net iets meer kleur of net iets minder blauw. Ook moet je dingen kunnen analyseren, zowel bij schilderen als filosofie. Je maakt bij het opbouwen van een schilderij eigenlijk een analyse waar steeds meer bij komt. Ik begin altijd met een onderschildering in zwart wit en daarna gaan er kleuren overeen. Je werkt steeds meer toe naar het resultaat. Geduld hebben is nog zo’n overeenkomst. Dat heb je bij filosofie nodig bij sommige teksten en dat is bij schilderen ook zo. Mijn geduld is bij filosofie zeker gegroeid.”

 

Je heb ook nog een tijdje bij het Soeterbeeckprogramma gewerkt.
“Ja, dat klopt. Ik heb vijf en een half jaar bij het Soeterbeeckprogramma gewerkt en afgelopen zomer, ben ik per 1 juli gestopt. Onder de programmamakers heb je een onofficiële verdeling van een paar onderwerpen en ik had vooral kunst, cultuur en literatuur. Ik heb met veel plezier bij het Soeterbeeckprogramma gewerkt, het was een heel erg leuke baan met leuke collega’s. Op de universiteit gebeurt ook altijd heel veel en ik mis dat wel, want nu zit ik de hele dag in mijn eentje te schilderen. Maar ik heb nu wel alle tijd om te doen wat ik het liefste doe en dat is een groot verschil.”

 

Was je veel bezig met de combinatie tussen filosofie en kunst?
“Het Soeterbeeckprogramma had een keer een samenwerking met het museum Het Valkenhof, waar toen een tentoonstelling was over de achttiende eeuw. Wij hadden hierover een programma, waarbij Christoph Lüthy een lezing gaf over de wetenschapsgeschiedenis van de achttiende eeuw. Het ging dus niet direct over de relatie tussen filosofie en kunst, maar deze werden die manier wel bij elkaar gebracht.”

 

En bij je stage in Assen?
“Bij het werk in Assen stond het me tegen dat daar mensen werkten, waarvan sommige iets maakten waar niks aan was om naar te kijken. Bijvoorbeeld een paar opgestapelde planken hout. Wanneer ik vroeg wat dat moest voorstellen, kreeg ik een heel wollig verhaal te horen Ze zeiden dat als je het ze morgen hetzelfde zou vragen, ze een heel ander verhaal zouden vertellen. Dan heb je dus zowel slechte kunst als slechte filosofie. Dan kun je beter één van de twee kiezen.”

Uiteindelijk heb je de stap gezet om te stoppen met werken en te gaan schilderen. Wat heeft de doorslag gegeven?
“Ik wist al lang dat ik dat uiteindelijk wilde gaan doen, maar je moet eerst goed genoeg zijn om er genoeg geld mee te kunnen verdienen om van te leven. Ik heb een jaar lang met twee andere schilders in een atelier gezeten. Een van die twee, Emile van Dalen, heeft mij alle techniek geleerd. We zaten iedere dag in het atelier en na werktijd ging ik er vaak nog heen. Er staat dan constant iemand bij je om aanwijzingen te geven en dat is de beste manier om het te leren. Ik heb meegedaan met het publieksproject ‘Beeld van Beatrix’ van de NOS en Paleis Het Loo. Uiteindelijk had ik de publieksprijs gewonnen en ben ik in een liveprogramma van de NOS geweest. Dat heeft me heel veel publiciteit en opdrachten opgeleverd.Ik dacht toen: als het nu niet kan, dan weet ik niet waar ik op zit te wachten.

Er zijn veel meer mensen dan ik dacht die nog een geschilderd portret willen hebben. Ik zit ook bij De Portretwinkel 1, waarvan ik opdrachten krijg, maar er zijn ook mensen die me zelf benaderen. Zo is het uiteindelijk veel sneller gegaan dan ik had gedacht, want ik dacht dat het nog wel een paar jaar zou duren voordat ik de stap zou kunnen zetten. Het portret van Beatrix is nu verkocht aan Het Loo voor de eigen collectie en afgelopen week hoorde ik dat ze ook een portret van mij van Willem van Alexander willen kopen om naast die van Beatrix te hangen. Die komen dan naast elkaar te hangen. Die dingen helpen heel veel.”

 

Het is toch wel een onzekere baan. Vond je het spannend om de stap te zetten?
“Ja, een tijdje wel. De vraag was vooral: wanneer zet ik de stap? Dat ik het wilde doen, stond voor mij al heel lang vast. Alleen het wanneer is lastig. Je weet nooit wanneer je opdrachten krijgt en of mensen iets van je willen kopen. Er zijn ook veel galeries die nu failliet gaan. Maar ik kreeg meer aanvragen en toen dacht ik: als ik blijf werken, kan ik die opdrachten niet maken en je moet altijd een beetje gokken. Als het mislukt, is het jammer, maar ik zou er ook niet mee kunnen leven om er altijd naast te werken en niet volledig te kunnen doen wat ik eigenlijk wil. Het gaat erom, om je kans te grijpen wanneer die zich aandoet.”

 

Wat zou je andere studenten aanraden die ook kunstzinnige passies hebben?
“Dat vooral heel veel blijven doen. Je moet heel veel uren maken, heel veel oefenen. In het begin wordt het vaak niet wat je wilt. Maar als je er echt serieus mee bezig bent, ga je ook verbeteringen zien. En ook nooit denken dat je er mee klaar bent. Dat vind ik ook belangrijk. Ik heb ook nog wel veel dingen te leren in schilderen.”

 

Zou iedereen het kunnen of moet je een bepaald talent hebben?
“Dat is iets wat ik me zelf ook afvraag. Zou je talent niet de wil zijn om het te kunnen? Je moet het namelijk heel erg graag willen. De eerste jaren is het nog niet zo mooi wat je maakt. Er is veel doorzettingsvermogen voor nodig en dat kun je alleen opbrengen als je het heel graag wilt, maar ik weet niet of iedereen die het zo graag zou willen ook even goed kan worden. Eerst dacht ik van wel, maar anderhalf jaar geleden was ik in Florence bij een tentoonstelling van een gedegen schilderopleiding. Er hingen vooral veel schilderijen van mensen die afgestudeerd waren. Er zaten heel goede dingen bij, maar sommigen vielen wel echt tegen. En toen dacht ik: als je zo’n intensieve opleiding hebt gehad, moet je wel heel goed zijn, maar dat was dus niet bij iedereen het geval. Dan ga je toch denken dat talent of aanleg een rol speelt. Je kan bijvoorbeeld technisch perfect schilderen, maar als je helemaal geen oog hebt voor compositie, dan krijg je ook geen mooie schilderijen. Niet alles is in regels te vatten.”

 

Hoe zie je de toekomst voor je?
“Ik hoop heel veel te kunnen schilderen en ik zou het ook leuk vinden om een tijd naar het buitenland te gaan om daar te schilderen. Ik ben niet per se gebonden aan Nijmegen. Ik zou ook een paar maanden ergens anders heen kunnen gaan, bijvoorbeeld waar het mooier weer is. Dat lijkt me wel het leukste: dat je op meer verschillende plekken komt.”

 

Wil je het werk van Judith Steenkamer bewonderen? Ga dan naar haar website: www.judithsteenkamer.nl

 

Notes:

  1. De portretwinkel is onderdeel van ‘Morren Galleries’

Tags: ,

Download als PDF
| RSS 2.0 | Reageer op dit artikel

Er is 1 reactie op dit artikel

  • Beste Judith,

    Verzorg jij ook workshops? Ik ben nl. op zoek naar een goede leermeester(es).

    Met vriendelijke groet,
    Anja Verberne van den Boomen
    Ommel- gem.Asten
    tel. 0493694714 / 0629191056

Reageer op dit artikel




Bericht