Rusland

Auteur(s): Evert van der Zweerde | Categorie: De Reizende Filosoof

Wanneer je op Schiphol naar de gates loopt kom je langs een oesterbar. Daarvoor staat een groot tropisch zeeaquarium, met prachtige koraalvissen die rond dode stukken koraal (en een jeneverfles) zwieren. Wanneer je aankomt op Moskou Domodedovo, kom je langs een meterslang aquarium vol dode stukken koraal, exotische schelpen en allerlei andere zeedingen. Tussen de decoraties zwemmen honderden vissen, alleen… het zijn geen koraalvissen, maar Malawi-cichliden, zoetwatervissen dus. ’n Verstandige keuze, want dergelijke cichliden zijn véél makkelijker te houden dan koraalvissen, ze vechten elkaar langzamer dood, zijn een factor 10 goedkoper en planten zich vlot voort. Maar wie denkt “Goh, wat een mooi tropisch zeeaquarium!” is door dit land binnen 5 minuten op een verkeerd been gezet. Rusland is een land waar de dingen zelden lijken wat ze zijn. Dit strekt zich zelfs paradoxaal uit tot het spreekwoordelijke voorbeeld van dingen die niet zijn wat ze lijken: de Potjomkin-dorpen. Een hardnekkig geloof wil dat generaal Potjomkin (Потёмкин, meestal als Potemkin weergegeven, vooral bekend door de baanbrekende film van Sergej Ėjzenštejn over de Pantserkruiser Potjomkin) zijn keizerin, Catharina de Grote, voor de gek hield door tijdens een boottocht over de Dnjepr nepdorpen op de oever te plaatsen, waardoor zij en haar buitenlandse gasten zouden moeten geloven dat de streek enorm welvarend was. In werkelijkheid waren het echte maquettes, die Potjomkin daar niet had laten neerzetten om de keizerin te misleiden, maar, in overleg met haar, om de hoge gasten een idee te geven van hoe de streek er uit zou gaan zien. Als er in Rusland dus iets geen Potjomkin-dorpen zijn, dan zijn het wel de Potjomkin-dorpen!

Veel andere dingen zijn niet zozeer nep, als wel gewoon niet. Zo koop ik, na een horde opdringerige taxichauffeurs ontweken te hebben, een kaartje voor de Aero Ekspress die mij zoevend en zonder stoppen van het vliegveld naar een metrostation op de ringlijn moet brengen. Binnen vijf minuten staat de trein stil op een verlaten station waar niemand instapt behalve een dame die probeert één sandwich aan de man te brengen. Ik ben die man, want de kip-met-honing van Lufthansa is inmiddels wel verteerd. Bovendien denk ik dat een vrouw die één sandwich uitvent – vermoedelijk zelf ergens gesmeerd in een verwaarloosde flat – het vast niet breed heeft. Wanneer ik mijn sandwich en thee op heb vertrekt de trein weer en hobbelt en schommelt als een doodgewone elektritsjka naar het Paveletskij station, waar ik op de metro overstap. Het expreskarakter bestaat er in dat de trein verder inderdaad nergens stopt, maar niet in zoiets als de snelheid waarmee het voertuig zich verplaatst – die komt zeker niet boven de 50 km/u. De metro, in Sovjettijden de enige instelling waarvan iedereen moest erkennen dat-ie ook echt werkte, doet het nog steeds perfect. Voor minder dan ’n euro kun je overal naar toe en de wachttijd is vaak niet meer dan 2 minuten, tijdens spitsuur minder dan ’n minuut: 52 seconden na de vorige komt de volgende trein binnenrijden. Het eerste dat me in de metro overkomt is dat ik bij het optrekken op schoot beland bij een blonde Russin met… een Kindle op schoot. Het eerste is niet zo bijzonder, het tweede des te meer. Al gauw zie ik er veel meer. Net zoals Rusland met de mobiele telefoons Nederland ver vooruit was, zo gaat het nu ook met deze gadget. Rusland lijkt, in dit soort zaken, een heel modern land.

In elk geval is het soms koud in Moskou. Op straat geeft de thermometer 22°C onder nul aan. In de metro is het zoals altijd warm: als een sardientje in een blik zwetende Russen weet ik niet meer wat ik nog meer uit kan trekken. Laten we zeggen dat het hier in de metro, conservatief geschat, ook 22°C graden is, maar dan boven nul. In de metro doe je je muts af, je handschoenen uit, je jas zo ver open als je kunt. Onderweg naar de uitgang moet je alles weer aan- en dichtdoen, en als je dat niet snel genoeg doet dan is er altijd wel een of andere baboesjka die ongevraagd en hoofdschuddend je jas gaat dichtknopen, ‘Jongeman, je bevriest zo nog!! [“Jongeman” ben je hier tot ongeveer je 60e]’ mopperend. Dan sta je buiten, een temperatuursprong van 44 graden. Onderweg van de metro naar mijn verblijf koop ik, nog na zwetend, wat levensmiddelen voor de avond. Om te betalen doe ik mijn handschoenen, model plastic roeispaan, even uit. Nog 200 meter verder hooguit, dan zou ik weer binnen zijn. Voor dat kleine stukje mijn handschoenen, die ik had uitgedaan om geld te pakken, weer aandoen? Nu eens een keer niet. Ik heb het bloedheet en doe ook mijn muts af. Dus loop ik blootshoofds en met ontblote, bezwete handen met mijn plastic tasjes 200 meter over straat. Windstil, overal sneeuw, knisperend vriesweer, prachtig! Wel ‘n beetje koud!! ’n Rilling trekt over mijn rug. De volgende ochtend: hoesten, snotteren, hoofdpijn, koorts… door een wandeling van 200 meter. Lang leve de Russische winter!

24 koortsige uren later kijk ik, met waterige oogjes en een snotneus, door het raam naar buiten. Tegenover mijn kamer wordt een flat gebouwd. Het is ochtend en nog steeds minstens 22 onder nul. Op het dak van het flatgebouw wordt echter vrolijk doorgewerkt. Vorstverlet? Ben je gek… Oezbeken, illegale gastarbeiders in Moskou. Bolle toeten onder al net zo bolle bontmutsen en boven al even bolle gewatteerde jacks. Op het flatgebouw brandt een groot vuur: daar wordt de teer gesmolten die de bouwvakkers in de naden tussen het beton laten zakken. Ze warmen er ook om de zoveel minuten hun handen boven. Op de Oezbeekse steppe is het vast nog veel kouder en guurder, dus ze zullen het wel normaal vinden. Bovendien: hier in Moskou valt het geld te verdienen, hier is het geld. Hier vind je de duurste winkels van de hele wereld, met voor de deur de armste zwervers van diezelfde wereld. Maar dat worden er iedere winter minder, dus er is nog hoop.

Moskou is ook de stad waar ik op de laatste dag van een conferentie meeging naar een visrestaurant. Altijd nieuwsgierig naar iets bijzonders bestelde ik sterlet, een soort kleine steur. Gerookte steur is een delicatesse, dus ik was zeer benieuwd. Wat ik uiteindelijk voor mijn neus kreeg was een hele sterlet, inclusief kop en staart, van naar schatting zo’n drie kilo, zonder enig bijgerecht – kennelijk was de gedachte dat de sterlet die al verinnerlijkt had. Tot overmaat van ramp was het arme beest nog half rauw ook en eigenlijk oneetbaar. De enige uitweg was een royale toepassing van het aloude adagium “vis moet zwemmen”. Die nacht droomde ik dat ik een sterlet was…

Moskou is ook de stad waar pal naast elkaar een authentiek Joods en een oriëntaals aandoend Oezbeeks restaurant staan. Omdat een groot deel van ons gezelschap uit Mormonen van de Brigham Young University in Salt Lake City bestond – prima wetenschappers overigens – en Mormonen, net als Oezbeekse moslims, geen alcohol mogen drinken, gingen we naar de Oezbeek. Adam Seligman had voorkeur voor de Jood in het pand ernaast, de Russen vonden eten zonder drinken eigenlijk zoiets als seks met condoom, maar de Mormonen betaalden en bepaalden. Heerlijk eten, met op elk heel uur een bijzonder intermezzo. Om vijf voor heel verdwenen de serveersters om precies op hele uur in haremoutfit een wulpse buikdans uit te komen voeren. Die duurde tien minuten, waarna ze weer verdwenen en even later met de volgende gang kwamen. De eerste keer was dat leuk en verrassend, bij de tweede keer vonden we dat het gesprek – Mormonen zijn altijd serieus, het lijken wel filosofen! – wreed onderbroken werd. Mijn avond was echter helemaal goed toen bleek dat het Oezbeekse en het Joodse restaurant samen één keuken hadden en onze buikdanseressen elk half uur aan de andere kant van de muur voor dronken Russen Jiddische volksdansjes opvoerden. Ik wist al langer dat in Rusland niets is wat het lijkt, maar dit was zelfs niet wat het niet leek!

Moskou is ook de stad van de contrasten. Er is een breed gedeeld gevoel dat teveel van het oude Moskou opgeofferd wordt in het belang van het grote geld dat hier ostentatief verdiend wordt, in plaats van de inderdaad vaak vervallen gebouwen te restaureren. Daar waar dat wel gebeurd, vaak door privépersonen die oude panden restaureren en er dan zelf in gaan wonen, blijkt welke architectonische juwelen Moskou herbergt en ontstaan stadswijken die volkomen terecht in de Capitool-gids staan. Ieder huis heeft een geschiedenis, ieder huis heeft een eigen karakter, iedere hoek van de kronkelende straten levert nieuwe doorkijkjes op… niet zelden verpest door oerlelijke hypermoderne architectuur. Manieren om regelgeving te omzeilen en vergunningen te krijgen zijn er volop. Moskou wordt gedomineerd door mensen met teveel geld en te weinig smaak, zoals de buurman van een vriend van mij, die een oud pand heeft omgevormd in dure appartementen, voor zichzelf een penthouse op het dak van het oude pand heeft laten zetten in de stijl van het futurisme van de 20er jaren en zich verplaatst in… een Ferrari met chauffeur.

Moskou is ook de stad met een aantal fantastische boekwinkels. De grootste is “Biblioglobus”, het woord zegt het al. Vroeger zaten daar her en der tussen de afdelingen beveiligers met een Kalasjnikov, maar dat was in de tijd dat in Moskou overal beveiligers met Kalasjnikovs zaten. Nu is het een boekwinkel die zo ongeveer alles verkoopt, inclusief boeken. Daarnaast is er het rustige en goed gesorteerde “Oe kentavra” [“Bij de centaur”, vreemde naam voor een boekwinkel] die onderdeel uitmaakt van de beste Moskouse universiteit, de RGGU. En last but not least is er de linkse boekwinkel “Falanster”, in een zijstraat van de Tverskaja oelitsa, de sjieke winkelstraat van Moskou waar het vol hangt met de duurste bontjassen. Als de pels te duur wordt, is de luis nabij. De verkopers in deze boekwinkel, die regelmatig door de autoriteiten lastiggevallen worden 1, maken allemaal de indruk eigenlijk liever de boeken en tijdschriften zelf te willen bestuderen – je stoort ze in hun discussie over de nieuwste politieke en literaire highlights wanneer je een vraag stelt over een of andere obscure 20e eeuwer. Dit is het nieuwetijdse Moskou en dit zijn de mensen die niet toe willen staan dat het land afglijdt naar een neoliberale dictatuur. Het wrange is dat Moksou ook in dit opzicht, na de val van het Sovjetregime, met name die dingen van het Westen overgenomen heeft die daar net ontdekt waren als de optimale randvoorwaarden voor de laatste fase van het kapitalisme: politieke partijen die verschillende dingen roepen, maar uiteindelijk uit dezelfde hand eten; media, met name televisie, die bijna exclusief in handen is van één politieke groepering, toevallig die welke ook in het Kremlin aan de touwtjes trekt; een nauwelijks gecontroleerde liberale markteconomie die gebaseerd is op de versnelde export van de grondstoffen waar Rusland zo rijk aan is. En er valt weinig op aan te merken: er zijn legale oppositiepartijen en er is een kritische geschreven kwaliteitspers. Bij de eerste de beste kiosk in Moskou kun je altijd Kommersant, Nezavisimaja gazeta, Izvestija en zelfs Novaja gazeta probleemloos en voor bijna niets kopen. Alleen: wie leest in Rusland kranten? Enerzijds kritische intellectuelen die blij mogen zijn wanneer ze in hun onderhoud kunnen voorzien, anderzijds zakenlieden en ambtenaren die aanzienlijk meer te verliezen hebben dan hun ketenen.

Als je de Tverskaja iets verder afloopt kom je bij het Poesjkin-plein [Пушкинская площадь], met één van de bekendste standbeelden van de stad voor de nationale dichter, en grondlegger van de moderne Russische taal, Aleksandr Poesjkin. Het is ook het plein met de eerste McDonalds van Moskou, waar in de perestrojka-tijd, toen dergelijke buitenlandse investeringen voor het eerst mogelijk werken, buiten enorme rijen stonden om een plekje te veroveren in wat toen een toonbeeld van “the West is the Best” was en nu… een ordinaire fast food keten in een stad met talloze dure restaurants. Het is ook het plein met de ergste verkeersopstoppingen waar, in de ongeordende Jeltsin-jaren, tippelaarsters probeerden tussen de stilstaande auto’s een klant te vinden: tijd zat als het verkeer urenlang vaststaat. Dat soort zedeloosheid bestaat in het Rusland van Poetin niet meer, preciezer: het heeft ’n plek gevonden in de talloze “sauna’s”.

Het is ook het plein van demonstraties, politieke en andere, die afhankelijk van hun strekking al dan niet hardhandig beëindigd worden. Ook nu is er een demonstratie aan de hand. Iedere zaterdag vanaf 1 juni 2006 wordt er een processie gehouden en wordt er staande gebeden rond het Poesjkin-standbeeld. Wat is de eis van de demonstranten, volgens henzelf ‘moreel onontkoombaar, territoriaal mogelijk, juridisch toegestaan en vanuit stedenbouwkundig oogpunt gerechtvaardigd’? Ze willen dat het standbeeld verplaatst wordt. Het plein heette, toen het standbeeld er in 1880 geplaatst werd, het Passieplein [Страстная площадь], en op de plaats waar nu Poesjkin in een plantsoentje staat, stond toen een klooster, het Strastnyj monastyr’ [Страстный монастырь; Passie-klooster]. Poesjkin stond er recht tegenover, aan de andere kant van de Tverskaja oelitsa. Door de bolsjewieken werd het klooster in 1918 gesloten en in 1937 gesloopt. In 1950 werd het standbeeld verplaatst om het plein, nu naar de schrijver vernoemd, te domineren. Dan komt een aardige wending in de uitgedeelde folder (met een gefotoshopt beeld van hoe het er uit zou kunnen gaan zien): al 60 jaar bewaakt Poesjkin het territorium, de graven en de fundamenten van het klooster! Met die wending naar de nationale literaire held hoopt men plannen voor een ondergronds winkelcentrum van vier verdiepingen te voorkomen, als ook toekomstige herbouw van het klooster mogelijk te maken. Wie steun wil betuigen kan zich wenden tot lidya07@list.ru – uit de matige opkomst valt echter niet te concluderen dat heel veel mensen het idee kansrijk achten.

Loop je de Tverskaja nog wat verder af dan kom je bij het Triomfplein [Триумфальная площадь], vroeger Majakovskij-plein, naar de zowel letterlijk als figuurlijk grote formalistische revolutionaire dichter wiens standbeeld er nog steeds staat. Dit plein was lange tijd de favoriete plaats voor politieke demonstraties. Zo demonstreerden hier jarenlang allerlei dissidenten, waaronder echte dissidenten uit de sovjet tijd maar ook enfant terrible Eduard Limonov, elke 31e van de maand om aandacht te vragen voor artikel 31 in de Grondwet, dat vrijheid van vreedzame demonstratie garandeert: ‘Citizens of the Russian Federation shall have the right to assemble peacefully, without weapons, hold rallies, meetings and demonstrations, marches and pickets.’ 2 Bij toeval kom ik op de 31e langs dit plein. Het stadsbestuur heeft precies op deze dag het hele centrale deel van het plein gebruikt voor een manifestatie om bloed in te zamelen voor kinderen met leukemie … wees daar maar eens tegen! Bovendien is het hele plein omgeven met busjes van de OMON – de ME – en vrachtwagens met soldaten, jonge jongens met boerenkoppen. De vrachtwagens blokkeren de facto het halve plein en onttrekken de demonstranten die toch dapper op zijn komen dagen bijna volledig aan het gezicht. Ze komen niet verder dan de hoek van het plein met hun demonstratie voor het recht op demonstratie, dan meldt een politieagent met een megafoon dat ze door moeten lopen omdat ze gewone burgers de weg versperren. De volgende dag meldt de krant dat er 1500 man politie op de been was, voor ongeveer 200 demonstranten. Je kunt je afvragen wie dan de weg verspert.

Korte tijd daarna worden demonstraties op dit plein helemaal verboden en wordt het Moerasplein [Bolotnaja plosjstjad’] aangewezen als officiële plek voor demonstraties. Pal tegenover het Kremlin aan de andere kant van de rivier de Moskva (eigenlijk op een eiland tussen twee stromen van de rivier, waar het vroeger nogal drassig was… vandaar de naam), maar wel met een flinke rij hoge gebouwen ertussen. De oppositie is van de Triomf in het Moeras terecht gekomen – kan het symbolischer? Het wachten is op de Baron von Münchhausen. En zie: daar is hij! Aleksej Naval’nyj, held van de oppositie, die in 2013 bij de burgemeestersverkiezingen in Moskou 27 % van de stemmen kreeg, tegenover de winnaar, Sergej Sobjanin 51.3% (waarmee een tweede ronde voorkomen werd) en de communist Ivan Mel’nikov 10.7%. 3 Die 27% was veel meer dan de bedoeling was, maar geven natuurlijk tegelijk een zekere legitimiteit aan de winnaar. Naval’nyj profileert zich als een “echte” liberaal, kandidaat van de verlichte, liberale middenklasse, de mensen die bij uitstek modern willen zijn. Sinds die verkiezingen ligt Naval’nyj onder vuur en is de sjieke winkel van Yves Rocher, op, jawel: Tverskaja oelitsa, ingezet om hem van fraude met een omvang van 26 miljoen roebel – € 625.000 – te beschuldigen. Met regelmaat worden hij en zijn medewerkers opgepakt en weer vrijgelaten en er dreigen zware straffen. De gebeten hond van het regime op dit moment dus.

Wie schetst mijn verbazing wanneer ik op een hotelkamer in St. Petersburg in plaats van een Bijbel een knisperende glossy aantref, SPb.sobaka.ru met als voornaamste onderwerp… Aleksej Naval’nyj. Rapportages over hemzelf, zijn lieftallige vrouw, zijn dotten van kinderen, zijn flitsende carrière, inclusief studie in de VS wat hem hier bij uitstek kwetsbaar maakt en ook zijn politieke lotgevallen. De helft van het tijdschrift bestaat uit reclames voor dure merken –alleen Yves Rocher ontbreekt –, maar de kern wordt gevormd door een special van 35 blz., full color, over Naval’nyj, onder de titel ‘Aleksej Naval’nyj als Aleksej Naval’nyj, of: Het verhaal over een echte (?) man’ en hij siert, met echtgenote, ook de cover. Het wordt gepresenteerd als een 16+ film: regisseur: Aleksej Naval’nyj; muziek: Aleksej Naval’nyj; scenario: Aleksej Naval’nyj; naar een roman van Aleksej Naval’nyj… film gebaseerd op ware gebeurtenissen. 4 Is dat humor? Galgenhumor? Hangt zijn leven aan zijden draadje, staat hij op het punt Rusland te ontvluchten, heeft hij de glossy zelf gefinancierd? Hij is de kandidaat van “glossy” Moskou, zoveel is wel duidelijk, maar hij staat bij demonstraties ook echt vooraan en hij heeft echt campagne gevoerd. Wat betekenen verkiezingen in Rusland? Onze gids vertelt dat zij op hem gestemd heeft, ‘zoals alle echte Moskovieten, alleen import uit de provincie stemt voor de kandidaat van het Kremlin,’ Sobjanin dus. Maar zijn zulke verkiezingen eerlijk? Bij een opkomst van 32.3% is het publieke vertrouwen in ieder geval niet al te groot.

In 2010 vertelde voormalig NOS-correspondent Peter d’Hamecourt, die zich teruggetrokken heeft in een Rusland provinciestadje, op een symposium voor studenten in Amsterdam dat hij bij de laatste parlementsverkiezingen 30 mensen kende in zijn woonplaats die allemaal op de liberale oppositiepartij Jabloko hadden gestemd. Toen de stemmen geteld waren bleek dat Jabloko in zijn stadje welgeteld 0 stemmen had vergaard. “Welgeteld” krijgt op die manier een specifieke betekenis. Het deed mij onmiddellijk denken aan een interview met de baas van het nationale verkiezingscomité in Rusland, waarin hij met droge ogen aangaf hoe Rusland met een ander concept van democratische verkiezingen werkte. Het grote nadeel, vond hij, van het Westerse systeem was dat de verkiezingsuitslag daar onvoorspelbaar is. “Welgeteld” betekent dus: geteld in overeenstemming met de voorspelde uitslag. Het moge duidelijk zijn dat voorspelbare verkiezingsuitslagen grote voordelen hebben boven onvoorspelbare, althans voor de voorspeller. Stel je voor dat Maurice de Hondt op basis van zijn eigen voorspelling een regering kon formeren!

’s Avonds op het eerste net van de staatstelevisie een voorspelbare discussie over de aanvallen op journalisten: Rusland is wereldrecordhouder aantal vermoorde journalisten per 1000 inwoners –een feit dat ik hier in de krant gelezen heb – en de discussie is recentelijk opgelaaid nadat een kritische journalist door onbekenden in elkaar geslagen was. President Medvedev, 5 die zich profileert als de verdediger van liberale vrijheden en democratie, heeft gezegd dat de zaak tot op de bodem uitgezocht zal worden. De discussie gaat tussen een journalist, Pavel Toesev, die zich op Medvedev beroept om te betogen dat het vrije woord van essentieel belang is voor een democratische samenleving en een dame, Ol’ga Kostina, die hem ervan beschuldigt meer belang te hechten aan één vermoorde journalist dan aan de honderden kinderen en bejaarden die in Rusland om het leven gebracht worden. Pavel betoogt dat er een verschil is tussen moorden in de private sfeer, hoe vreselijk ook, en moorden die gepleegd worden omdat iemand zijn beroep van kritisch journalist uitoefent, Ol’ga verwoordt het populistische motief dat criminaliteitscijfers het enige is dat telt en dat de overheid daarvoor krachtig moet optreden – kritische journalistiek is ondermijnend. Ter discussie staat een wetsvoorstel ter bescherming van de journalistiek. Feitelijk hoeft de overheid slechts de bestaande wet te handhaven, immers vrijheid van drukpers is grondwettelijk gegarandeerd en aan de wetten ter bescherming van vrije nieuwsgaring mankeert niets.

De argumenten zijn voorspelbaar, maar het goede nieuws is dat deze discussie in ieder geval op Rossija-1 gevoerd wordt. Onderin beeld loopt een teller mee die aangeeft hoeveel mensen de twee discussianten steunen. De uitslag schommelt rond de 25-30% procent voor vrije journalistiek en 70-75% tegen. Niets is natuurlijk zo makkelijk te manipuleren als een telling op tv per verstuurde sms. In dit land gelooft sowieso niemand iets van wat op tv gezegd wordt. Journalist is er een scheldwoord, net als democraat.

Het als humoristisch bedoelde DTV-net vertoont frivole filmpjes over vrouwelijke rechters die in de rechtszaal onder hun toga slechts een string en kousen dragen. Scène na scène kijken mannen hun ogen uit bij vrouwen die gedeeltelijk uit de kleren gaan – terwijl en passant de rechterlijke macht belachelijk gemaakt wordt. Ook hier zijn de dingen niet wat ze lijken. Bij een kassa hangt een bordje met de tekst “nudisten hebben voorrang”. Talloze keren na elkaar staat een man, soms een stel, bij het loket om een kaartje te kopen en op dat moment komen er kort na elkaar ‘n vrouw, ‘n man en ‘n tweede vrouw binnen die zich beroepen op hun privilege: zij zijn nudist en mogen dus voor. Alleen… sinds wanneer horen tot de definitie van ‘nudist’ een witte reetveter en naaldhakken? Nudist betekent in het Russisch kennelijk zoveel als “persoon met ontbloot bovenlijf die anderen daarmee de stuipen op het lijf jaagt”. Voor de politieke correctheid komen er ook af toe twee stereotype ‘nichten’ en een verdwaalde zwarte in beeld. Niveau Benny Hill. Het zou om je te bescheuren zijn als het camp was, maar ik vrees dat het dat niet is. Nee, daar kan Gordon nog ‘n flinke punt aan zuigen…

Wie in Rusland is, kan niet om de Russisch Orthodoxe Kerk heen, en wie ROK zegt, zegt Pussy Riot. Een vrouwelijke punkband, genaamd Pussy Riot, pakte in februari 2012 de gitaren uit in de grootste en meest centrale kerk van Moskou, de Christus-Verlosser Kerk [Храм Христа-Спасителя], en zong, pal voor de iconostase: “Heilige Maagd Maria, Moeder Gods, bevrijd ons van Vladimir Putin!” Ze werden onmiddellijk gearresteerd en riskeerden 7 jaar gevangenisstraf, zeker nu Patriarch Kirill hen gekwalificeerd heeft als “de Duivel in persoon”. 6 Het gezagsgetrouwe weekblad Argumenty i fakty interviewt ter gelegenheid van (Orthodox) Pasen, pal onder een brief van de Patriarch aan de lezers, de voorzitter van de synodale PR-afdeling van de ROK, Vladimir Legojda, en vraagt hem: ‘Is het niet mogelijk om de deelneemsters aan “Pussy Riot” ter gelegenheid van Pasen te vergeven, zelfs als ze geen berouw tonen?’ In zijn antwoord verwijst de perschef naar een kerkelijke, d.w.z. onder zijn verantwoordelijkheid vallende, verklaring waarin staat: ‘Het is juist het berouw [pokajanie] dat de weg naar vergeving opent,’ en hij vervolgt met: ‘…een priester zal nooit zeggen “Ga zo door.” Hij gaat uit van het evangelische “Gaat heen en zondigt niet meer”.’ 7 En passant meldt hij dat voor zover het om arrestatie en strafzaak gaat, dat niet zijn zaak is, maar die van de rechterlijke macht. Inmiddels zijn twee leden van Pussy Riot veroordeeld tot twee jaar strafkamp en dient hun zaak voor het ECHR in Straatsburg. Zowel Poetin als Medvedev hebben te kennen gegeven dat wat hen betreft zo’n zware straf niet nodig geweest was, maar dat de rechterlijke macht in Rusland nu eenmaal zelfstandig is. Later spreek ik de vroegere scriptiebegeleider van Nadezjda Tolokonnikova (ze studeerde filosofie aan de MGU), die haar beschrijft als een zeer begaafde en zelfstandig denkende vrouw.

Het “morele” gezag van de hoogste prelaat van de Russisch Orthodoxe Kerk reikt ver, in ieder geval ruimschoots tot het kantoor van de net verkozen president, die aankondigde tot 2024 te willen blijven zitten. Kirill noemde zijn regime kort voor de presidentsverkiezingen van 4 maart 2012 “een godswonder” en staat, altijd en overal, pal achter, naast of voor de president, al naar gelang ze zich in een politieke of kerkelijke ruimte bevinden. Geen wonder, en zeker geen godswonder, wanneer we bedenken dat ze beide voortgekomen zijn uit dezelfde organisatie: de KGB. Putin werkte voor de KGB in Dresden in de voormalige DDR, Patriarch Kirill (wereldse naam: Gundjaev) was jarenlang als metropoliet verantwoordelijk voor het buitenlandse beleid van de ROK –lees: voor de steun van de kerk voor de vredespolitiek van de Sovjet-Unie – en de hoogstgeplaatste KGB-officier binnen de van laag tot hoog door de geheime dienst geïnfiltreerde kerk. Dezelfde Kirill kwam in opspraak toen bleek dat de persdienst van de ROK een foto geretoucheerd had waarop de arm van de goede man te zien was met een Zwitsers horloge t.w.v. 30.000$. Iedereen wist al dat hij zo’n horloge had, maar het hoofd van de kerk, die matigheid, naastenliefde en ontzegging predikt, mag daar niet mee gezien worden, dus was zijn mouw iets langer gefotoshopt. Helaas waren ze vergeten om ook de weerspiegeling van het uurwerk in het glanzende tafelblad waar Kirill aan zat weg te werken, zodat ze gedwongen waren de oorspronkelijke foto toch te publiceren. 8 Nu werd niet alleen duidelijk dat hij ’n peperduur horloge om had, maar ook dat de persdienst dat had trachten te verhullen.

De recente ontwikkelingen in Rusland, vanaf 2011, maken wel duidelijk dat er gemakkelijk scheurtjes ontstaan in de perfecte politieke machinerie die het Poetvedev-regime een tijd lang leek. Massaal protest tegen fraude bij de parlementsverkiezingen die niet simpelweg afgedaan kunnen worden als het werk van buitenlandse, Rusland vijandig gezinde groeperingen. De presidentsverkiezingen in juni 2012 zou Poetin ook zonder fraude met gemak hebben kunnen winnen – van de enige serieuze tegenkandidaat, Mikhail Prokhorov, weet niemand met zekerheid of hij niet door het Kremlin als excuus-Misja ingezet wordt – in ieder was de partij waarvan hij kortstondig leider was, Pravoe delo, 9 een slimme vorm van fake-oppositie. De “soevereine democratie” heeft voor het regime niet alleen het voordeel dat de eigen macht beschermd kan worden, maar ook dat uit de kiezersvoorkeuren conclusies getrokken kunnen worden zonder dat er een risico van regeringswisseling is.

Verkiezingen zijn in Rusland ten dele opiniepeilingen: als veel mensen op de communisten [KPRF – Kommunistitsjeskaja Partija Russkoj Federatsii – een naam die weinig vertaling behoeft] stemmen, dan moet er iets gedaan worden aan pensioenen en de salarissen van mijnwerkers en spoorwegpersoneel. De Kremlin-loyale oppositie, waartoe de KPRF behoort, wordt trouwens beloond met hier een daar een oblast’. Zo zijn de communisten in Penza nog steeds aan de macht. Waar zij aan de macht zijn, staan de Lenin-standbeelden ook nog fier overeind, terwijl hun aantal in Moskou en St. Petersburg tot één of twee gereduceerd is. In Moskou is één van de grootste, op het Oktoberplein, in volle glorie blijven staan, terwijl een andere de vertrekhal van het Leningradskij vokzal siert: zowel dat standbeeld als de naam van het station zijn Moskouse pesterij richting het voormalige Leningrad, dat al ruim twee decennia weer St. Petersburg heeft. Aan het andere eind van de lijn staat in St. Peterburg een groot standbeeld van, uiteraard, Peter de Grote in het station, terwijl Lenin staat te kleumen op het plein voor het Finljandskij vokzal, waar hij destijds aankwam met de trein uit Helsinki, geholpen door de Duitsers die hoopten dat een revolutie in Rusland tot een sneller einde van de oorlog en tot een voor Duitsland gunstige vrede zou leiden. Wat ook prompt gebeurde. De treinreis tussen Moskou en St. Petersburg, vroeger een onderneming die eigenlijk ’s nachts het meeste zin had, is inmiddels gereduceerd tot een paar uurtjes met een zeer comfortabele HSL.

Russische treinen horen tot de meest comfortabele en punctuele ter wereld. Ze rijden eigenlijk altijd op tijd en de bedden zijn, door het bredere spoor, een genot voor iedere reiziger. Bovendien lukt het je bijna niet om niet met je medepassagiers in een boeiend gesprek en/of collectieve picknick terecht te komen. Dan blijkt, keer op keer, hoe Russen er in slagen om gelijktijdig de meest hartelijke en open minded en de meest xenofobe en antisemitische (en racistische!) individuen te zijn die je je kunt voorstellen. Dezelfde Rus die bloedserieus verteld dat Joden het bloed van christenkinderen drinken en die er van overtuigd is dat het Westen geregeerd wordt door Joden en Vrijmetselaars [masony, van het France maçon] die uit zijn op de ondergang van Rusland, kan in één adem door beweren dat alle mensen broeders zijn en dat er dringend op de droezjba narodov, de “vriendschap der volkeren” gedronken moet worden.

Wie in Rusland met een “voorstadstrein” naar ’n plaats buiten één van de grote steden reist kan op een aantal zaken rekenen: een eindeloze reeks verkopers en verkoopsters die met luide stem de meest verschillende artikelen aan de mens proberen te brengen: van ijsjes (ook midden in de winter) tot armaturen met LED lampjes die tegen het plafond geplakt kunnen worden; houten of hard plastic banken waar je, na een uur, een houten kont van krijgt, en na twee uur pijn in je rug; vuile ramen waarachter ’n oneindige verzameling bomen –meestal gemengd dennen en berken – voorbij trekt die in kletsnatte grond – vaak meer moeras dan bosgrond – staan; om de paar kilometer ’n halte die in veel gevallen ook gewoon “22 kilometer” of “45e kilometer” heet; geen toilet. Zo’n trein houdt zich met een slakkengangetje stipt aan de dienstregeling: die van St. Petersburg naar Volkhovstroj-1 (aan de andere kant van de brug over de rivier de Volkhov ligt Volkhovstroj-2 – “stroj” betekent zoveel als “bouwsel”) doet tweëeneenhalf uur over minder dan 100 km en heeft dus een gemiddelde snelheid van 40 km. Waarom kan iemand naar Volkhovstroj willen? Wellicht vanwege de prachtige waterkrachtcentrale die daar in de Volkhov ligt en die, in de 20er jaren van de 20e eeuw gebouwd als eerste in heel Sovjet-Rusland, tijdens het lange beleg van Leningrad door de nazi’s de stad van stroom kon blijven voorzien. Maar toch vooral omdat het vanaf het station van Volkhov nog maar een klein eindje is naar Staraja Ladoga, ’n stadje dat al in 732 vermeld wordt en daarom als “eerste hoofdstad van Rusland” geldt.

Staraja Ladoga is in ieder geval mijn reden om naar Volkhovstroj te reizen. Het okergele spoorstation in imperiale sovjet stijl is prachtig opgeknapt. Op het stationsplein heerst rust, diepe rust. Er staan een aantal bussen en ik vraag aan één van de chauffeurs of er een bus naar Staraja Ladoga gaat. Ten antwoord krijg ik een diepe zucht er vervolgens vertelt hij dat er vroeger een bus van hier naar het busstation ging, alwaar je een bus naar Staraja Ladoga kon nemen. Maar ‘toen kwamen de democraten aan de macht en die hebben alles kapot gemaakt!!’ Als we naar Staraja Ladoga willen dan moeten we de taxi nemen en, hoe toevallig, een eindje verderop staat zijn broer al klaar met een taxi! Uiteraard voel ik nattigheid, maar lopen naar dat busstation lijkt ook geen optie en bovendien is het geen prettig weer en moeten we ook weer terug naar St. Petersburg voordat het donker wordt. Dus wordt de broer ingeschakeld, met wie we meteen ook een afspraak voor de terugreis maken. Daar krijgen we overigens geen spijt van, want hij weet veel over de streek te vertellen en laat ons de waterkrachtcentrale in de Volkhov zien. Hij heeft verder vandaag toch niks te doen – hetgeen meteen zijn blijheid verklaart, want hij heeft aan ons een half weeksalaris verdiend. Staraja Ladoga zelf stelt ook niet teleur: het Kremlin, meerdere kloosters, twee leuke musea die speciaal voor ons langer open blijven en een zeer acceptabel restaurant. Wat wil je nog meer? En inderdaad: in het stadje zien we een bushalte waar, meerdere malen per dag, een bus naar Volkhovstroj-1 gaat, met aansluiting op de trein… Wat mij van dit avontuur bijblijft is niet dat we door de buschauffeur in de taxi van zijn broer gepraat zijn, maar zijn oprechte filippica tegen “de democraten” die dat waarvan hij hen beschuldigt niet eens gedaan hebben.

Op een zondagmiddag staan op Nevskij Prospekt verspreid een aantal burgers met grote witte vellen op de stoep, met spreuken als: “Nazisme is in Rusland aan het groeien; weersta het geweld” en “Wie buitenlanders in elkaar slaat moet gestraft worden”. Het is duidelijk een goed georganiseerd netwerk dat zich Koalitsija Demokratitsjeskij Peterburg genoemd heeft. Het enige dat ze doen is aan de rand van de stoep staan met hun plakat. De politie komt vrijwel meteen langs en noteert de namen. Ik zie geen geweld, de demonstranten hebben vastberaden gezichten – het maakt de indruk of ze dit niet voor het eerst doen.  Op een straathoek staat ’n vrouw die de tekst omhoog houdt “Mijn zoon is voor mijn ogen in elkaar geslagen omdat hij gay is” – na een kort  bezoek door de politie is ze snel verdwenen. Ik ga de hoek om, naar een van mijn favoriete boekwinkels, “Porjadok slov” [lett. De orde van de woorden], vlak naast het alternatieve café “Кофе на кухне [Koffie in de keuken – maar de keuken is in Rusland traditioneel de plek van het serieuze gesprek]”. Daar is volop “opruiende” literatuur te vinden, waaronder een kritisch tijdschrift dat in Polen wordt uitgegeven en, kennelijk, naar St. Petersburg vervoerd om daar verkocht te worden. Veel van de auteurs zijn Russen. Ook Gene Sharp’s fameuze handboek From Dictatorship to Democracy is hier in Russische vertaling te koop. De enige serieus oppositionele krant, Novaja Gazeta, die slechts drie keer per week verschijnt in een oplage van 50.000 exemplaren en is verkrijgbaar in kiosken en ook in de krantenautomaten op metrostations. Opvallend is dat ook in deze krant advertenties staan van Russische staatsbedrijven, bijv. RosNeft’, het grootste olieconcern. ’n Telefoontje uit het Kremlin zou volstaan om zo’n advertentie onmogelijk te maken, het feit dat dat telefoontje niet gepleegd wordt betekent twee dingen: de overheid heeft andere prioriteiten en het is veel efficiënter om in de marge een kleine oppositie te tolereren dan om alles en iedereen te controleren. Niet toevallig dat Herbert Marcuse’s concept van repressieve tolerantie weer aan relevantie en populariteit wint. Bijkomend welkom effect is dat bovendien hierdoor de oppositie zichzelf compromitteert: zonder advertenties van kapitaalkrachtigen kan een krant niet overleven, maar met dergelijke advertenties kan ze moeilijk onafhankelijk genoemd worden, maar wèl vrij: zolang deze krant verschijnt kan Rusland claimen een vrije pers te hebben.

 

Notes:

  1. http://themoscownews.com/arts/20080515/55328512.html
  2. http://www.constitution.ru/en/10003000-03.htm
  3. http://en.wikipedia.org/wiki/Moscow_mayoral_election,_2013
  4. СПб.СОБАКА.RU, november 2013, blz. 106.
  5. Sinds 2008 vormen Dmitrij Medvedev en Vladimir Poetin het machtigste politieke duo in Rusland. In 2008 werd Medvedev van vice-premier president en werd Poetin premier, in mei 2012 draaiden de rollen om. Medvedev wordt vaak gezien als liberaler dan Poetin en als tegenhanger tegenover de siloviki, de “mannen van de kracht” een uitdrukking verwijst naar politici met een achtergrond in het geheime dienst of het leger.
  6. ‘Les méthodes peu orthodoxes du patriarche; la collusion entre Kirill et le pouvoir russe fait grincer des dents,’ Le Monde, 14/04/2012, “Culture & Idées,” p.2.
  7. ‘Nedelja s Bogom [Een week met God],’ Argumenty i fakty 15 (1640), 11-17/04/2012, p.8.
  8. REF!! Ook Le Monde 14./02/2012 NBNB
  9. Een prachtnaam trouwens: Pravoe delo betekent zowel de Rechtse Zaak als de Juiste Zaak, waarbij “zaak” kan variëren van “zaak” als in “God’s Cause on Earth [Delo Bozj’e na Zemle]” tot “dossier” bij de KGB / FSB, zoals in Jagger & Richard’s “Fingerprint File” of Hergé’s De Zaak Zonnebloem.

Tags:

Download als PDF
| RSS 2.0 | Reageer op dit artikel

Er is 1 reactie op dit artikel

  • Johnd457

    There is clearly a bundle to realize about this. I suppose you made some good points in features also. efcdeakabacd

Reageer op Johnd457




Bericht