Vuile handen

Auteur(s): Chris Buskes | Categorie: Column

 

Filosofie is voor tevredenen of legen
En dan: wat is filosofie nog in dit land?
Een faculteit, ter grootte van een tabloidkrant
Hier wordt ’t best oprecht gezwegen… 1

                                                

In NRC Handelsblad van 6 februari jongstleden stelt Sjoerd de Jong een sombere diagnose over de toestand van de hedendaagse wijsbegeerte, een diagnose die de vinger op de zere plek legt. De filosofie was ooit de koningin der wetenschappen met de pretentie het fundament te leveren voor ware kennis, aldus De Jong, maar tegenwoordig holt de filosofie met de tong op de schoenen achter haar voormalige onderdanen aan. 2

Filosofen dienen – zo menen we graag zelf – de ‘grote vragen’ te stellen over wetenschap, technologie en maatschappij. Wetenschappers kunnen dat niet zelf. Lieden die dagelijks in de weer zijn met lasers, microscopen en petrischalen zijn kennelijk te dom om fundamentele vragen te stellen, of ze zijn er gewoonweg niet voor opgeleid. Hoe dan ook, de filosoof ziet het als zijn verheven taak om de onnozele wetenschappers (en leken) bij de hand te nemen teneinde ze wegwijs te maken in de grotemensenwereld.

Het mag daarom geen wonder heten dat veel wetenschappers een bloedhekel aan filosofen hebben gekregen. De vermaarde Amerikaanse fysicus en Nobelprijswinnaar Richard Feynman noemde filosofie ooit ‘low-level baloney’. Volgens Feynman maken filosofen vanaf de zijkant allerlei domme opmerkingen, daarbij in het geheel niet gehinderd door hun eigen onwetendheid omtrent zelfs de meest basale zaken. Filosofen houden zich immers niet bezig met veldwerk of laboratoriumproeven – nee, zij denken in plaats van dat zij vuile handen maken. Filosofen hebben de lastige doch nobele taak om te bepalen of kennis überhaupt gerechtvaardigd is. Van de epistemologie, sinds Descartes de prima philosophia, wordt immers verwacht dat zij het gehele bouwwerk van kennis en wetenschap van een solide fundament voorziet. We weten allemaal dat dit project jammerlijk is mislukt, maar voor de buitenwereld houden we nog steeds de schijn op. Wij hebben de wijsheid in pacht! Het wordt tijd dat wij, filosofen, nederig erkennen dat we er volledig naast zaten.

De Amerikaanse filosoof W.V.O. Quine was van mening dat filosofen hun taak verkeerd hebben begrepen. Volgens Quine gaat kenleer niet vooraf aan de wetenschap maar is ze er onderdeel van. De denker kan niet vanuit zijn leunstoel bepalen wat betrouwbare kennis is en hoe wetenschappers te werk moeten gaan om zulke kennis te vergaren. Nee, om er achter te komen wat betrouwbare kennis is en welke methode het best gehanteerd kan worden, moet er niet alleen worden nagedacht maar moeten ook de mouwen worden opgestroopt. We moeten ‘vuile handen’ maken omdat we er enkel al doende achter kunnen komen wat de beste manier is om de wereld te onderzoeken. De kenleer wordt daarmee een onderdeel van de wetenschap. Deze strategie is niet circulair, stelt Quine, zolang we bereid zijn om onze kennis en onze veronderstellingen steeds kritisch onder de loep te nemen en aan te passen, mocht dat nodig zijn. We hebben geen andere keus.

Om zijn positie te verduidelijken, grijpt Quine vaak terug op een metafoor die in de wetenschapsfilosofie bekendstaat als ‘Neuraths boot’: Wie Schiffer sind wir, die ihr Schiff auf offener See umbauen müssen, ohne es jemals in einem Dock zerlegen und aus besten Bestandteilen neu errichten zu können. Vrij vertaald: wij zijn als matrozen die hun schip op volle zee drijvend moeten proberen te houden, zonder ooit aan wal te kunnen gaan om het schip in een dok te repareren. Kortom, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Betekent dit nu het einde van de filosofie? Nee, zegt Quine. De filosofie verandert enkel van gedaante en er ontstaat een nieuwe dynamiek, want het is misschien niet per se slecht als sommige aspecten van de filosofie het veld zouden ruimen. Immers, goede filosofie verdwijnt, lost langzaam op door in wetenschap te veranderen, terwijl slechte filosofie zich, omwille van zichzelf, in stand houdt. Dit alles overdacht ik, verregend, op een miezerige morgen, domweg gelukkig in de Thomas van Aquinostraat.

 

[Deze column verscheen in de derde Splijtstofeditie van jaargang 43]

 

Notes:

  1. Vrij naar J.C. Bloem.
  2. S. de Jong, “Ons denken is net zo plantaardig als dat van de plant”, NRC Handelsblad , 6 februari 2015, boekenbijlage, C10.
Download als PDF
| RSS 2.0 | Reageer op dit artikel

Er zijn geen reacties op dit artikel

Reageer op dit artikel




Bericht