Auteursrichtlijnen

Contact

Voor vragen en opmerkingen kunt u terecht bij splijtstof2010@gmail.com. Dit is tevens het mailadres waar kopij ingeleverd kan worden. Kopij kan ook via deze pagina ingeleverd worden. Communicatie met de auteur zal via aangewezen redacteurs gaan, die de auteur steeds helder aangeven wanneer de volgende deadline zal zijn.

 

Algemeen

  • Splijtstof accepteert geen stukken die elders in dezelfde vorm gepubliceerd zijn of worden.
  • Splijtstof ontvangt bij voorkeur alleen .doc-, .docx-, .odt- of .rtf-bestanden. Tijdens de redactieperiode worden .pdf-bestanden, in verband met hun onbewerkbaarheid, niet geaccepteerd.
  • Splijtstof behoudt zich het recht voor om artikelen te weigeren. In dit geval zal de redactie contact opnemen met de betreffende auteur.

 

Spelling en opmaak

  • Splijtstof hanteert de spelling zoals deze te vinden is in het Groene Boekje.
  • Titels en koppen dienen niet met een (dubbele) punt te eindigen.
  • Bij het begin van een nieuwe alinea wordt ingesprongen, behalve alinea’s die beginnen na een (tussen)kop of een citaat.
  • In een lopende tekst worden titels van boeken en leenwoorden schuin gedrukt. Voorbeeld: “Het boek Sofies verden is geschreven door Jostein Gaarder en gaat niet uitgebreid in op het Dasein van Heidegger.”
  • Tussenzinnen  bijvoorbeeld deze  plaatst men tussen en-dash gedachtestreepjes (half kastlijntje), met voor en achter de strepen een spatie.
  • Voor citaten worden dubbele aanhalingstekens gebruikt, zoals bij “Ik denk, dus ik ben.” Enkele aanhalingstekens zijn gereserveerd voor het taalfilosofische onderscheid tussen ‘use’ en ‘mention’, zoals bij: “Quines gebruik van de term ‘paradox’ is merkwaardig.” of bij het gebruiken van een woord in een speciale context, zoals bij “Quine vond de metafysica erg ‘leuk’.”
  • De getallen één tot en met twintig dienen voluit geschreven te worden, evenals de honderdtallen, duizendtallen, enzovoorts. Dit geldt ook voor periodes, zoals ‘de negentiende eeuw’ en ‘de jaren tachtig’. Getallen die hierbuiten vallen en jaartallen worden geschreven in cijfers. Wanneer in één zin, beide soorten van weergave worden gebruikt is consistentie de norm. Dus, jaartallen uitgezonderd, in cijfers als er één getal in cijfers voorkomt. Voorbeelden: dus niet “zeven, drieduizend, 101, 2007”, wel “Hume raakte met 1 biljartbal 11 andere.”
  • Voor afkortingen geldt het volgende: de afkortingen ‘etc.’, ‘enz.’ en ‘jl.’ worden gebruikt; alle overige zogenaamde afkortingen in engere zin en symbolen die men bij het voorlezen voluit zou uitspreken, schrijft men ook voluit. Initiaalwoorden, acroniemen en verkortingen schrijft men, zoals gangbaar, afgekort. Zie voor de categorieën Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Afkorting#Categorie.C3.ABn.
  • Nootaanduidingen worden achter de punt geplaatst als ze op de gehele voorgaande zin terugslaan. Slaan ze terug op een woord of een zinsdeel dan staan ze direct achter dit woord of zinsdeel. Splijtstof hanteert voetnoten (zie verderop voor de verwijzingsnorm).
  • Afbeeldingen in artikelen worden geaccepteerd. Deze worden aangeleverd in één van de veelgebruikte digitale afbeeldingsformaten. De resolutie waarmee Splijtstof wordt gedrukt is 300 dpi (dots per inch). Aanleveren in zwart-wit of in grijstinten (geen kleuren).
  • Splijtstof publiceert gehele artikelen in het Nederlands en Engels. Wanneer een artikel overwegend Nederlands of Engels is en gebruik maakt van citaten uit andere talen, dient er een vertaling in het Nederlands of Engels te worden bijgevoegd in een voetnoot. Deze vertaling mag van de auteur zelf afkomstig zijn.

 

Verwijzingen

Splijtstof streeft in haar publicaties volledige consistentie na. Dit betekent dat alle artikelen in een nummer hetzelfde verwijzingssyteem dienen te gebruiken. Als een artikel wordt ingestuurd dat niet voldoet aan de standaard van Splijtstof zal de redactie hier de nodige wijzigingen in aanbrengen. Bij ontbrekende informatie wordt de auteur gevraagd om deze aan te vullen – dit is geen taak van de redactie.

Verwijzingen worden opgenomen in voetnoten. Splijtstof maakt dus geen gebruik van eindnoten of bibliografiën. Wanneer een artikel met eindnoten of een bibliografie wordt ingestuurd, zal de auteur worden gevraagd om de verwijzingen op te nemen in de lopende tekst of in voetnoten.

Het standaardsysteem van Splijtstof is afgeleid van het notes/bibliography systeem binnen de Chicago Manual of Style. In principe volgt Splijtstof deze handleiding wat betreft de vorm van de voetnoten. Het bibliografische gedeelte van het verwijzingssysteem is, zoals eerder vermeld, niet aan de orde.
In de voorbeelden hieronder wordt eerst (1.) een beschrijving gegeven van volledige verwijzingen. Elke verwijzing naar hetzelfde werk die hier verder in de tekst op volgt maakt gebruik van (2.) een short-title door de achternaam van de auteur te vermelden, de (ingekorte) titel van het artikel of boek en de pagina(‘s).

Te vermelden zaken: auteur, titel, plaats van uitgifte, jaartal van uitgave, uitgeverij. Indien relevant ook: vertaler, naam bundel/tijdschrift/encyclopedie, redacteurs, opgenomen in reeks.

 


Boek

[Voornaam Achternaam auteur], [Titel], [eventuele vertaler], ([Plaats van uitgifte]: [uitgeverij], [jaartal van publicatie]), [eventuele paginanummers].

1. Chris Buskes, Evolutionair denken: de invloed van Darwin op ons wereldbeeld, (Amsterdam: Nieuwezijds, 2006), 13.
2. Buskes, Evolutionair denken, 13-14.

1. Anselmus van Canterbury, Proslogion, vert. C. Steel, (Bussum: Dixit, 1981), 18.
2. Canterbury, Proslogion, 18.

Hoofdstuk of ander deel van een boek

1. Evert van der Zweerde, Wat bedoelen we als we wij zeggen?, in Onenigheid en Gemeenschap: Basisboek Politieke Filosofie , ed. Marin Terpstra, (Amsterdam: Boom, 2012): 354.


Artikel in tijdschrift

[Voornaam Achternaam auteur], “[Titel artikel],” [Titel tijdschrift] [jaargang tijdschrift]-[nummer] ([jaartal]): [paginanummer].

1. Maarten J. F. M. Hoenen, “Academics and Intellectual Life in the Low Countries. The University Career of Heymeric de Campo († 1460),” Recherches de Théologie ancienne et médiévale 61 (1994): 173-209.
2. Hoenen, “Academics and Intellectual Life,” 183.

1. Senne E. M. Nout, “Identiteit is dood, leve identiteit? Een feministisch-filosofisch perspectief op identiteit en identiteitspolitiek in tijden van identiteitscrisis,” Splijtstof, 44-3 (2016): 33-45.
2. Nout, “Identiteit is dood, leve identiteit?,” 39.

1. Charles Taylor, “Connolly, Foucault, and Truth,” Political Theory 13 (1985): 383.
2. Taylor, “Connolly,” 381.


Artikel in encyclopedie

1. Moshé Machover, “Analysis, Nonstandard,” in: Routledge Encyclopedia of Philosophy, ed. E. Craig, Band 1, (London: Routledge, 1988): 211-216.
2. Machover, “Analysis, Nonstandard,” 215.

1. Art. “Notwendigkeit”, in: Historisches Wörterbuch der Philosophie, ed. J. Ritter en K. Gründer, Band 6, Darmstadt 1984 (Wissenschaftliche Buchgesellschaft), cols. 946-986.
2. Art. “Notwendigkeit”, 980.

 

Websites

Bij websites de <http://> weglaten, tenzij de url geen <www> bevat. Tevens de datum noteren en de hyperlink uit het bestand halen (d.w.z.: geen blauw onderstreepte hyperlink).


Krantenbericht e.d.:

1. Marc van Dijk, “Nietzsche’s Übermensch is groen,” Trouw, 1 nov, 2016, laatst geraadpleegd op 11 november, 2016,
www.trouw.nl/tr/nl/5091/Religie/article/detail/4406610/2016/11/01/Nietzsche-s-Ubermensch-is-groen.dhtml.
2. Van Dijk, “Nietzsche’s Übermensch.”

1. Michael J. Mazzar, “Rise and Fall of the Failed-State Paradigm,” Foreign Affairs 93-1, 2014, accessed 10 Oct, 2016, www.foreignaffairs.com/articles/2013-12-06/rise-and-fall-failed-state-paradigm.
2. Mazzar, “Rise and Fall.”


Lemmata e.d.:

1. Jeff Malpas, “Donald Davidson”, The Stanford Encyclopedia of Philosophy (editie zomer 2009), ed. E. N. Zalta,
http://plato.stanford.edu/archives/sum2009/entries/davidson/, Laatst geraadpleegd op 20 juni 2009.
2. Malpas, “Donald Davison.”


Losse pagina zonder duidelijke auteur, of Wikipedia-achtige pagina’s etc.:

Goudvis, http://nl.wikipedia.org/wiki/Goudvis, geraadpleegd op 20 juni 2009.

 

NB: verwijzen naar internetbronnen is lastig. Wanneer de auteur niet bekend is kan deze soms vervangen worden door de organisatie die de site beheert waarop het stuk geplaatst is. Helpt dit ook niet, dan volstaat ‘Onbekende auteur’. Wanneer er niet uit een artikel, lemma, o.i.d. geciteerd wordt, maar enkel uit een internetpagina, dan kan volstaan worden met de url en datum van raadpleging. Wanneer er een archief is (zoals bij het voorbeeld uit de Stanford Encyclopedia) dan heeft verwijzen naar het archief altijd(!) de voorkeur. Bij dynamisch gegenereerde pagina’s blijft het verwijzen altijd twijfelachtig. Is er redelijke twijfel dat de URL niet stabiel genoeg is, dan is het beter om naar de algemene website te verwijzen in plaats van naar de dynamische pagina. Het heeft de voorkeur om in dat geval ‘via’ toe te voegen voor de url. Voor het voorbeeld zou de verwijzing dan zijn:

Marc van Dijk, “Nietzsche’s Übermensch is groen,” Trouw, 1 nov, 2016. via www.trouw.nl, Laatst geraadpleegd: 11 nov. 2016.

 

Splijtstof vermijdt het gebruik van technische afkortingen die bij één bepaalde auteur horen. Dus: ‘Jenseits von Gut und Böse’ in plaats van ‘JGB’.

 

Voor een uitgebreide uitleg van het Chicago Manual of Style systeem voor het gebruik van voetnoten kunt u terecht op http://www.chicagomanualofstyle.org/tools_citationguide.html