Aanwezigheidsplicht: verantwoordelijkheid of verplichting?

Auteur(s): Lisanne Hemmen | Categorie: Splijtstof Spreekt

De tijd dat het studentenleven nog gemakkelijk was, is voorbij. Tegenwoordig kun je niet meer op kosten van de Nederlandse staat tien jaar lang studeren en tegelijk een uitgebreid sociaal leven er op na houden. Nee, het studentenleven wordt steeds harder en de student wordt steeds meer vanuit verschillenden kanten benadeeld. Een krimpende economie en een neoliberaal denken zorgen ervoor dat de overheid standvastig op zoek gaat naar manieren om te bezuinigen. Studeren moet goedkoper en efficiënter en daarom wordt er bezuinigd op de student; vanaf 2015 wordt de basisbeurs afgeschaft, de Ov-studentenkaart wordt een kortingskaart en de collegegelden worden verhoogd. Dit zorgt ervoor dat een student vaker een keuze moet maken tussen lenen of bijwerken. Niet iedere student wil lenen, maar werken is ook niet altijd een optie omdat de studie dit niet altijd toelaat.

De aanwezigheidsplicht

Sinds dit studiejaar is er een  aanwezigheidsplicht ingevoerd bij de studie filosofie. Studenten moeten vanwege studie-intensivering meer studie-uren maken.  De aanwezigheidsplicht moet ervoor zorgen dat het harde leven van de student wordt verzacht. Zo hoeft de student zichzelf niet langer te motiveren om naar college te komen of zich af te vragen wat belangrijker is: naar college gaan of voldoen aan andere verplichtingen. Deze keuze wordt nu gemaakt door de universiteit.

Het is jammer dat dit nodig is. Filosofie studeer je omdat je het leuk vindt. Dat zou voor voldoende motivatie moeten zorgen waardoor je het op kunt brengen om naar colleges te gaan. In de praktijk blijkt dit niet altijd het geval. Het kwam namelijk vaak genoeg voor dat een docent college moest geven aan een bescheiden clubje studenten. Aan het begin van een college middeleeuwse filosofie op vrijdagochtend vorig jaar waren slechts vijf studenten aanwezig. Daarna kwamen er nog enkele studenten binnensluipen. Uiteindelijk waren er niet meer dan dertien studenten aanwezig en dan hebben we het alleen over fysieke aanwezigheid gehad. De aanwezigheidsplicht lijkt dus bittere noodzaak, en effectief, want de collegezalen zijn nu voller dan ooit.

Daarnaast kent de instelling van de aanwezigheidsplicht nog een paar andere voordelen. De student wordt nu gedwongen om colleges te volgen en zal tegelijk gedwongen worden om leerstof mee te krijgen die hij anders misschien niet had meegekregen. Studenten zijn meer met hun studie bezig en studenten die meer structuur nodig hebben, krijgen meer structuur. De invulling van het college wordt beter omdat er meer studenten aanwezig zijn, wat de docent gemotiveerder zal doen doceren. Ook zal er meer mogelijkheid tot discussie ontstaan.  Verwacht wordt dat de student beter zal presteren, tentamens beter worden gemaakt en langstudeerders worden voorkomen.

Veel studenten zullen inderdaad beter presteren wanneer ze meer structuur aangeboden krijgen – in vorm van aanwezigheidsplicht en het maken van opdrachten – maar dit kan ook nadelig zijn. Studenten die twee studies volgen hebben vaak overlappende colleges en wanneer deze allebei aanwezigheidsplicht hebben, heeft de student een probleem. Waar hij anders makkelijk twee vakken die overlappende colleges hebben had kunnen halen, is dit nu niet meer mogelijk; hij mag het tentamen niet maken omdat hij te veel afwezig is geweest. Dit kan verholpen worden door uitzonderingen te maken, maar dit is vaak veel werk voor een student die het al erg druk heeft. Ook studenten die colleges volgen in verschillende jaarlagen hebben dit probleem, zij mogen bijvoorbeeld niet een B2- vak volgen, omdat ze aanwezig moeten zijn bij een propedeuse vak. Het gevolg hiervan is dat studenten onnodig studievertraging oplopen.

 

De verantwoordelijkheid van de student komt in gevaar

Je kunt je afvragen of de aanwezigheidsplicht wel het gewenste resultaat bereikt. Studenten zullen sneller afstuderen, maar gaat dit niet ten koste van de ontwikkeling van de student? Dat snel afstuderen en de kwaliteit van het onderwijs niet altijd samen gaan, zie je in het voorgezet onderwijs. Middelbare scholen proberen een balans te vinden tussen aan de ene kant zorgen voor goede resultaten en aan de andere kant de leerling voorbereiden op het wetenschappelijk onderwijs. Een school die een leerling wil leren om zelfstandig te werken zodat hij voorbereid is op het wetenschappelijk onderwijs, wordt niet altijd als goede school beoordeeld. Niet iedere leerling zal zich immers even goed ontwikkelen, waardoor ze vaker blijven zitten en hun eindexamen niet halen. Zo’n school wordt dan als slechte school beoordeeld, puur omdat er enkel naar de cijfers wordt gekeken en niet naar de kwaliteit. Vaak kiezen scholen er daarom voor goede resultaten na te streven. Om dit te bereiken wordt vaak veel huiswerk opgegeven en wordt er streng gecontroleerd of leerlingen niet spijbelen. Leerlingen worden vaak niet genoeg vrij gelaten om zich te ontwikkelen. In plaats daarvan verteld een school letterlijk wat ze moeten doen. Hiermee ontneem je de kans om ze zelf te laten nadenken. Dit gaat ten koste van de zelfstandigheid van jonge mensen. Het gevolg is dat veel studenten vaak niet voorbereid zijn op de universiteit als ze net van het voorgezet onderwijs komen. De universiteit moet hierdoor deze achterstand inhalen, met als bijkomend probleem dat ze er tegelijkertijd voor moet zorgen dat dit soort studenten de gewenste resultaten behalen. De oplossing voor de opleiding filosofie: aanwezigheidsplicht en intensivering.

De universiteit gaat op dezelfde wijze met studenten om als middelbare scholen met leerlingen: ze vertellen de student wat ze moeten doen en laten amper vrijheid over om het studentenleven zelf te organiseren. Want niet alleen binnen het voorgezet onderwijs, maar ook in het  wetenschappelijk onderwijs ligt vaak de nadruk op slagingspercentages.. Met oog op de slagingspercentages wil de universiteit er daarom zo snel mogelijk voor zorgen dat studenten voorbereid zijn voor de arbeidsmarkt. De  vergelijking met een opleiding als baan wordt daarom vaak gemaakt. Wanneer je straks een baan hebt moet je ook aanwezig zijn, anders word je ontslagen; waarom zou je dan niet ook bij colleges aanwezig zijn? Van de student mag inderdaad verwacht worden dat hij zijn of haar studie serieus neemt, maar ik vraag me af of het opleggen van een aantal regels de juiste methode is om iemand voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Ontneem je niet een te groot deel van de verantwoordelijkheid van de student?

 

Verantwoordelijkheid leer je in de praktijk

Voorbereid zijn op de arbeidsmarkt leer je namelijk niet in colleges, vooral niet bij de studie filosofie. Filosofie is geen vak, maar een vaardigheid die je op verschillende plekken op de arbeidsmarkt kunt toepassen.  Colleges moeten er op gericht zijn om er voor te zorgen dat de student de geschiedenis van de filosofie en filosofische vaardigheden beheerst. Voorbereiding op de arbeidsmarkt leer je in de praktijk, door bijvoorbeeld redacteur te worden bij Splijtstof. In de praktijk leer je hoe je kennis moet toepassen in je werk en leer je verantwoordelijkheid te nemen en deze ook na te komen.

Verantwoordelijkheid leer je niet door een paar regeltjes te volgen. Een goede student is geen student die netjes de regels volgt, een goede student is een student die zijn studie serieus neemt en zichzelf verantwoordelijk stelt om goed te presteren en om naar colleges te gaan. De verantwoordelijkheid die je op de arbeidsmarkt nodig hebt, leer je doordat je verantwoordelijkheid hebt als student. Een freelance of zelfstandige ondernemer zal geen baas hebben die zegt wanneer je moet werken. En als je wel voor een baas gaat werken en je gaat solliciteren, zal je niet aangenomen worden omdat je braaf de regels hebt gevolg en altijd bij colleges aanwezig was. Veel eerder zal er gekeken worden naar hoe belangrijk jij je ontwikkeling vindt, hoe gemotiveerd je bent en wat je naast je studie allemaal hebt gedaan. Allemaal zaken die door de aanwezigheidsplicht een stukje onbereikbaarder zijn geworden.

Verantwoordelijkheid kun je niet opdringen. De universiteit moet daarom laten zien waarom het volgen van colleges belangrijk is. Niet door dit te verplichten, maar door de colleges uitdagender en interessanter te maken. De student zal dan vaker komen en heeft alle vrijheid om zichzelf te ontwikkelen en zelfstandig te worden, terwijl de universiteit laat zien dat ze niet alleen maar naar meetbare resultaten streeft.

 

Tags:

Download als PDF
| RSS 2.0 | Reageer op dit artikel

Er zijn geen reacties op dit artikel

Reageer op dit artikel




Bericht